Pret
v., 1. plezier, vrolijkheid waaraan men duidelijk uiting geeft: pret hebben; pret maken ; — (fig.) de pret alleen hebben, er genoegen in vinden een anders stemming te bederven ; — uit was de pret, daarmee was het gedaan; 2. genoegen, stil plezier : hij had er echt pret in ; zijn ogen tintelden van p...