Wat is de betekenis van premier?

2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

premier

premier - zelfstandig naamwoord uitspraak: prum-jee 1. hoofd van de ministers, leider van de regering ♢ de premier maakte de vorming van zijn kabinet bekend Zelfstandig naamwoord: prum-jee de premier ...

Lees verder
1994
2022-09-26
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Premier

[Fr., van Lat. primarius; zie primair] I zn minister-president; II bn eerste.

Lees verder
1993
2022-09-26
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Premier

minister-president; eerste

1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

premier

[Fr.], m. (-s), eerste, voornaamste: de premier van een kabinet, eerste-minister, minister-president.

1955
2022-09-26
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Premier

eerst, voornaamst, eerste minister, hoofd van het kabinet; jeune premier: mannelijke hoofdrolspeler in stuk met liefdesintrige.

1952
2022-09-26
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Premier

I. eerste; oorspronkelijk, grond-; à la première occasion, bij de eerste de beste gelegenheid; il n'a pas le premier sou, hij heeft geen rooie duit; premier venu, premier moulu, die het eerst komt, het eerst maalt; elle arriva la première, zij kwam het eerst; tout les premiers, les tout premiers, de allereersten; il en rit...

Lees verder
1951
2022-09-26
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

premier

I. eerste, voornaamste; II. minister-president.

Lees verder
1950
2022-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Premier

(Fr.), m. (-s), 1. persoon die in zijn kring de toon aangeeft of de leiding heeft: de premiers der hoofdstad; 2. eerste minister, hoofd van het kabinet: Spaak, de Belgische premier; 3. jeune premier, speler van de mannelijke hoofdrol in een stuk met liefdesintrigue.

Lees verder
1949
2022-09-26
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Premier

(Fr. eerste), minister-president. Première (Fr., eerste), eerste uitvoering van een toneel (tegenw. ook gebruikt voor muziek- en film-) werk.

1948
2022-09-26
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

premier

(Fr.) 1 aj. eerst; voornaamst; 2 m. de eerste, voornaamste, het hoofd; eerste minister.

1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

premier

m. premiers (Fr. eerste, voornaamste): hij is de de premier van het kabinet, minister-voorzitter, de eerste minister; Fr. uitspr.

1933
2022-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Premier

eerste min., min.-pres.

1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

premier

(prə'mie) m. (-s) [Fr. < Lat. primarius] 1. Algm. eerste, voornaamste, knapste. 2. Inz. eersteminister.

Lees verder
1914
2022-09-26
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

premier

premier - eerst, voornaamst, m.,eerste minister, minister-president.

1908
2022-09-26
Vivat

Schrijver op Ensie

Premier

(fransch) de eerste; ook als afkorting gebruikt voor premier minister of minister-president; voorts het hoofdartikel van een courant.

1908
2022-09-26
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Premier

eerste; eerste minister.

1906
2022-09-26
wink

Wink's vreemde woordenboek

Premier

Fr., eerste, voornaamste; le minister;

1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Premier

Premier - m. eerste: hij is de premier, de eerste, de voornaamste, de knapste; — (fig.) eerste minister, hoofd van het kabinet.

Lees verder
1864
2022-09-26
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

premier

premier - m. gmv. eerste; (fig.) eerste minister, hoofd van het kabinet (in Engeland)