Wat is de betekenis van Praxis?

2007
2021-11-28
logopedie

Logopedisch Lexicon

Praxis

(v.), handelingsvaardigheid

1994
2021-11-28
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Praxis

[Gr. = het doen] uitoefening van kunde of kunst, praktijk; in praxi, in de praktijk.

1993
2021-11-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Praxis

praktijk

1973
2021-11-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

praxis

[Lat.], v., praktijk.

1955
2021-11-28
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Praxis

zie: praktijk.

1954
2021-11-28
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Praxis

Lat. voor practijk. 1.het werk van de arts; 2.de ervaring.

Lees verder
1948
2021-11-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

praxis

v. zie praktijk.

1937
2021-11-28
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

PRAXIS

Praktijk.

1937
2021-11-28
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

praxis

v. (Gr.-Lat. practijk; ervaring; praktijk): praxis est multiplex; zie practica.

1923
2021-11-28
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Praxis

(Lat.), praktijk: 1. het werk van de geneesheer. P. aurea (aureus, van goud), gouden, d.w.z. voorname praktijk; P. páuperum (Lat.), armenpraktijk; 2. ervaring, in tegenstelling van theorie.

Lees verder
1898
2021-11-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Praxis

Praxis - v. uitoefenende geneeskunde; praktijk.

1870
2021-11-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Praxis

Praxis of practijk noemt men eene handeling met een bepaald doel, vooral de door oefening verkregene vaardigheid, om de door ervaring of theorie aangewezene middelen tot het bereiken van bepaalde oogmerken aan te wenden, — alzoo als toepassing der theorie op het dagelijksch leven, het in beoefening brengen van eene kunst of wetenschap, inzonderheid...

Lees verder
1864
2021-11-28
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

praxis

praxis - v. gmv. uitoefening der geneeskunde; praktijk