Wat is de betekenis van praatzucht?

2026-07-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Praatzucht

v., sterke geneigdheid, zucht tot praten.

2026-07-19
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Praatzucht

s., praterigens; aan zijn — toegeven, de mûle wille, bod jaen.

2026-07-19
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

praatzucht

('pra:t) v. overdreven neiging tot praten.

2026-07-19
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)