Wat is de betekenis van potentieel?

2018
2021-10-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

potentieel

potentieel - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: po-ten-sjeel 1. als mogelijkheid aanwezig, maar nog niet bestaand ♢ er heeft zich een potentiële koper aangemeld 1. beschikbare vermogen ...

Lees verder
1994
2021-10-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Potentieel

[Fr. potentiel; zie potentiaal] I zn vermogen dat beschikbaar is; II bn slechts in aanleg aanwezig, maar nog niet actueel, dat is nog niet in werking, maar verwerkelijkt kunnende worden; potentiële energie, arbeidsvermogen van plaats.

Lees verder
1993
2021-10-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Potentieel

in aanleg aanwezig; beschikbaar vermogen

1973
2021-10-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

potentieel

I. bn. en bw., 1. slechts als mogelijkheid bestaand of aanwezig, tegenover actueel; potentiële functie, potentiaal; 2. in aanleg: om dat te begrijpen, moet men — iets van het slechte in zich hebben; II. zn., o., potentieel, beschikbaar vermogen.

Lees verder
1955
2021-10-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Potentieel

als mogelijkheid bestaand, in aanleg aanwezig

1950
2021-10-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Potentieel

(<Er.), bn. bw., 1. slechts als mogelijkheid bestaande of aanwezig, tgov. actueel; — potentiële energie, energie die weliswaar actueel bestaat, doch potentieel is ten opzichte van de kinetische energie (of arbeidsvermogen van beweging) die er uit kan ontstaan; arbeidsvermogen van plaats; — potentiële functie, potentiaal ;...

Lees verder
1949
2021-10-27
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Potentieel

(→ potentiaal). De naam potentiële energie werd ingevoerd door Rankine (1820-1872), waarbij hij het woord potentieel ontleende aan een zin van Daniël Bernoulli (1700-1782) waarmee deze de door Galilei (1564-1642) en Huygens (1629-1695) gevonden slingerwet uitdrukte: „aequalitas inter descensum actualem ascensumque potentialem (...

Lees verder
1948
2021-10-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

potentieel

zie potentiaal.

1939
2021-10-27
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Potentieel

(< Lat. potentialis; vert. van Gr. Suvagst.). Eig. Wat slechts potentieel (d.w.z. naar mogelijkheid) bestaat, in tegenstelling tot wat actueel (werkelijk) bestaat. Van deze betekenis wijkt het gebruik van het woord in potentiële energie af, daar deze energie toch actueel bestaat. Ze is echter potentieel ten opzichte van de vis viva of kinet...

Lees verder
1923
2021-10-27
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Potentieel

(van potentia), wat in de mogelijkheid ligt; tegenstelling van actueel.