2018-11-22

Pot

Pot - m. (-ten), cilinder- of vaasvormig gereedschap van aarde, porselein, ijzer, koper enz. tot verschillende doeleinden gebezigd; —kookpot en de inhoud er van : de ijzeren pot: den pot te vuur zetten, opzetten; — met den pot bezig zijn, het middagmaal gereedmaken; — den pot kunnen koken, goed met den pot kunnen omgaan, het middagmaal gereed kunnen maken; — zii eten daar een goeden pot, zij eten er goed van; — de pot is er schraal, goed, niet slecht, het middageten; — kinderen moete...

2017-03-31

Pot

Pot - doel. Ook Vlaams voor doelpunt. 'Alles voor de pot': zie alles. 'Voor de pot blijven hangen': voor het doel, bijv. na een aanval.

2019-07-17

pot

pot - m., (argot), smeltkroes.

2019-02-14

Pot

Pot - zie G. M. van Regteren Altena.

2019-11-14

pot

Varianten zijn pod- en pots-. Pot- wordt gebruikt als eerste lid in bastaardvloeken. Het woord is een verzachte vorm voor God. Vloeken en uitroepen met pof worden gebruikt om woede, schrik, verbazing, verontwaardiging, irritatie enz. uit te drukken bij het zien of vernemen van iets ergerlijks, ontzettends, verbijsterends, ongehoords, frustrerends enz. Ik noem hier de volgende: potdikke(me), potdulle, potjandoosjes, potjandorie, potjandosie, potjandriedikkie, potjandriedubbeltjes...

2019-05-02

Pot

Pot - vrouw die van vrouwen houdt. Het woord is afgeleid van lollepot. Aanvankelijk werd het als scheldwoord gebruikt. In de jaren zeventig werd pot, net als flikker door homo-mannen, door lesbisch-feministen tot geuzennaam verheven. Lesbisch feministen propageerden de ‘coming-out’ politiek als een nieuwe bevrijdingsstrategie. (..) De tijd van een leven in geheimhouding en verborgenheid was afgelopen en moest plaats maken voor de ‘pottentrots’. (Van Kooten Niekerk &am...

2019-03-14

Pot

Pot - 1 % korting in den bloembollen handel als fooi voor de knechts van den exporteur.

2017-11-14

pot

pot - zelfstandig naamwoord 1. vat van aardewerk of glas ♢ hebben we nog een pot appelmoes? 1. eten wat de pot schaft [wat op tafel komt] 2. hij kan een potje bij me breken [ik word niet gauw boos op hem] 3. zijn eigen potje koken

  • 2020-01-02

    Pot

    lesbische vrouw. Verkorting van de Bargoense term lollepot, oorspronkelijk ‘vuurpot’ en met gedachte aan lollen: ‘bij de haard of boven een stoof zich warmen’ (Kiliaen). Bij de lollepot zitten: oudewijvenpraatjes houden (De Beer & Laurillard). Sinds de jaren zeventig wordt pot ook gebruikt als geuzennaam voor militante feministen.Bij de Koninklijke Marechaussee is pottendag (ook wel: tietendag) de studiedag voor vrouwen (bron: Opzij, januari 1995). depotterijof po...

    2019-07-10

    pot

    smeltkroes.

    2018-08-17

    pot

    Gevangenis; arrestkamer. Voornamelijk soldatentaal. Aan dit eufemisme ligt dezelfde metafoor ten grondslag als bij doos* en kast*. Hou maar gauw je smoel, anders douw ’k je de pot nog in. Het Volk, 27-03-15 Ik dank het aan hém, dat ik niet in de pot zit! Piet Bakker: Deining in Zwinteren.

    2017-02-09

    Pot

    Roedefabrikant te Elshout, Kinderdijk, maakte geklonken roeden.

    2017-07-26

    pot

    → potbunker

    2020-01-26

    POT

    zie pet.

    2017-06-13

    Pot, Pol

    Pol Pot

    2019-07-17

    papiniaansche pot

    papiniaansche pot - m., luchtdicht sluitende pot.

    2019-07-10

    papiniaansche pot

    papiniaansche pot - m. (nat.) soort hermetisch gesloten pot (naar Papin, den uitvinder, aldus genoemd)

    2018-09-01

    Cache-pot

    CACHE-POT, m. (-s), (meest papieren) omhulsel voor een gewonen bloempot.

    2019-05-02

    Theoretische pot

    Theoretische pot - dame die alleen nadenkt en praat over haar fascinatie voor dames, maar deze (nog) niet praktizeert.

    2017-05-31

    Rokende pot

    Rook die uit een pot walmt is een vergankelijkheids (vanitas) motief. 'Want al mijn dagen verdwijnen als rook . .' (psalm 102:4)