Wat is de betekenis van pole?

2024-06-15
Atletiek- en turnwoordenboek

Jan Luitzen (2008)

pole

(de; -s) AF - (ski)stok die wordt gebruikt bij nordic walking

2024-06-15
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Pôle

pool; pôle arctique (boréal, nord), noordpool; pôle austral (antarctique, sud), zuidpool.

2024-06-15
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

pole

I. pool; paal, stok, pols, staak, mast; disselboom; roede [5½ yard]; as the poles apart (asunder), hemelsbreed verschillend; II. van palen voorzien; staken; (voort)bomen.

2024-06-15
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Pole

Pool.

2024-06-15
Geneeskundig woordenboek (EN-NL)

dr. mr. W. Schuurmans Stekhoven (1949)

pole

pool; negative pool, negatieve pool; positive pool, positieve p.

2024-06-15
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Pole

1° Margaretha, Zalige, martelares, gravin van Salesbury; moeder van 2°. * 14 Aug. 1473 bij Bath, † (onthoofd) 27 Mei 1541 te Londen. Zij was broederskind van koning Eduard IV van Engeland; haar man, Richard P., een neef van Hendrik VIII. Deze laatste wreekte den tegenstand, door kard. Pole tegen zijn schismatieke plannen geboden, op...

2024-06-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Pole

(po:l) (Reginald) Engels geestelijke, • 1500. 1536 kardinaal, ✝ 1558; ijverde, tijdens de regering van Maria I van Engeland, voor het herstel van het katolicisme.

2024-06-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

pole

[Eng.], m. (-s), (ook: rod), Engelse lengte-eenheid: 1 pole = 5,029 m.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-15
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Pole

Pole v. (-n), (nat. hist.) zekere visch, die aan de noordkust van Frankrijk voorkomt en veel met onze tongschar overeenkomt.