Wat is de betekenis van pogen?

2018
2023-01-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pogen

pogen - regelmatig werkwoord uitspraak: po-gen 1. er je best voor doen ♢ ik poogde het woord te schrijven Regelmatig werkwoord: po-gen ik poog jij/u poogt h...

Lees verder
2007
2023-01-29
Ambtelijk taalgebruik

Wouter de Koning

pogen

proberen.

1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pogen

(poogde, heeft gepoogd), zich inspannen; beproeven, proberen: de dief poogde te ontsnappen; als zn.: al zijn doen was een ijdel —.

1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pogen

v., bisykje.

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pogen

(poogde, heeft gepoogd), zich inspannen; beproeven, proberen: de dief poogde te ontsnappen; hij poogt mij te overreden; — als zn. : al zijn doen was een ijdel pogen.

1937
2023-01-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pogen

poogde, h. gepoogd (pogen) (trachten, streven naar, zijn best doen, zijn krachten inspannen): de dief poogde te ontsnappen; ik heb hem pogen te overreden.

1933
2023-01-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Pogen

Kath. maandschrift der jonge gedachte in Vlaanderen (1923-’25), onder redactie van Wies Moens, Fern. Van Goethem en Eug. Lemmens.Lit.: R. Roemans, Bibl. van de mod. VI. Lit. (I, 9).

Lees verder
1930
2023-01-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

pogen

(‘po:gən) (poogde, heeft gepoogd) zich moeite geven om een doel te bereiken, trachten naar: hij poogde zich los te werken; de vijand poogde tevergeefs zijn geschut vooruit te brengen; hij heeft hem te overtuigen; dat was allemaal ijdel -. Syn. streven, trachten.

1898
2023-01-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pogen

Pogen (poogde, heeft gepoogd), met inspanning trachten, middelen in het werk stellen om (iets te doen, te verkrijgen enz.); —, o. het pogen: al zijn doen was een ijdel pogen.

Lees verder
1864
2023-01-29
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Pogen

Pogen, bw. gel. (ik poogde, heb gepoogd), trachten, middelen in het werk stellen om (iets te doen, te verkrijgen enz.). *-, o. *...GING, v. (-en), gebruikmaking van middelen tot -, om (iets te doen of te verkrijgen), het streven naar iets.

Lees verder