Wat is de betekenis van Pluraliteit?

1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Pluraliteit

[VLat. pluralitas] meervoudigheid, veelvoud; meerderheid.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Pluraliteit

meervoudigheid

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pluraliteit

[<Fr.], v., hoedanigheid van meer te bedragen dan één; veelheid; meervoudigheid.

1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Pluraliteit

meerderheid; de meeste stemmen.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pluraliteit

(Fr.), v., meervoudigheid.

1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

pluraliteit

v. meervoudigheid, meerderheid.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pluraliteit

v. (Fr. meerderheid, grootste getal).

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

pluraliteit

(plurali'teit) v. meerderheid, meervoudigheid.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pluraliteit

pluraliteit - v., meerderheid; de meeste stemmen.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pluraliteit

Pluraliteit v. meerderheid, grootst getal.

1864
2022-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

pluraliteit

pluraliteit - v. gmv. meerderheid, grootst getal