Wat is de betekenis van Pluisje?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Pluisje

o. (-s), vlokje, draadje: de pluisjes van de grond oprapen; pluisjes van zijn mouw afknippen met de vinger.

Gerelateerde zoekopdrachten