2020-02-25

plotseling

plotseling - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: plot-se-ling 1. snel, terwijl het niet verwacht werd ♢ zijn overlijden was plotseling 1. snel, terwijl het niet verwacht werd ♢ plotseling stond er een inbreker in de kamer Bijvoeglijk naamwoord: plot-se-ling de/het plotselinge ......

2020-02-25

plotseling

('plotsəling) 1. bn. onverwacht, schielijk: een -e dood. 2. bw. eensklaps: hij hield op. Syn. ➝ ineens.