Wat is de betekenis van Plooibaar?

2026-01-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Plooibaar

bn. (-der, -st), 1. opvouwbaar; 2. buigbaar, buigzaam; 3. (fig.) soepel, meegaande, niet stug : een plooibaar karakter.

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-25
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

plooibaar

opvouwbaar, opklapbaar, buigzaam Carter Ash had een metalen soldatenbed in de hangar, een zeer smal, plooibaar gedoe, maar ik veronderstel dat dergelijk stoer veldbed, legermateriaal, heel wat gewicht kon dragen. (René Jean-Paul Dewil, De Blauwe Bloemen) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 3 Vlaamsheid: 1