Wat is de betekenis van Plooibaar?

2015
2022-06-25
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

plooibaar

opvouwbaar, opklapbaar, buigzaam Carter Ash had een metalen soldatenbed in de hangar, een zeer smal, plooibaar gedoe, maar ik veronderstel dat dergelijk stoer veldbed, legermateriaal, heel wat gewicht kon dragen. (René Jean-Paul Dewil, De Blauwe Bloemen) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 3 Vlaamsheid: 1

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

plooibaar

bn. (-der, -st), 1. opvouwbaar; 2. buigbaar, buigzaam; 3. (fig.) soepel, meegaand, niet stug: een — karakter.

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Plooibaar

adj., weak, meigeand; — zijn, yn ’e bocht kinne.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Plooibaar

bn. (-der, -st), 1. opvouwbaar; 2. buigbaar, buigzaam; 3. (fig.) soepel, meegaande, niet stug : een plooibaar karakter.

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

plooibaar

bn.; plooibaarder, plooibaarst (eig. kunnende geplooid worden; fig. meegaande, gewillig); fig. een plooibaar karakter.

1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Plooibaar

Plooibaar bn. (-der, -st), buigzaam; (fig.) een plooibaar karakter, dat zich nogal weet te plooien naar de omstandigheden. PLOOIBAARHEID, v.

Gerelateerde zoekopdrachten