Ploffen
(plofte, heeft geploft), 1. (onoverg.) een plompend geluid in een vloeistof veroorzaken door er in te vallen of er zich in te bewegen: hij plofte als een molensteen in het water; 2. (onoverg.) een dof geluid veroorzaken door te vallen; met een doffe slag neervallen ; vallen: de pias stapte van de ton en plofte op zijn buik (Van Looy)...