Wat is de betekenis van Plint?

2018
2021-06-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

plint

plint - zelfstandig naamwoord 1. houten lat aan de onderkant van een wand ♢ de gestuukte wand is afgewerkt met een plint Zelfstandig naamwoord: plint de plint de plinten het pli...

Lees verder
2008
2021-06-13
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

plint

(het & de; -en) GY Vlaams- Nederlands - gymnastiektoestel kast.

2004
2021-06-13
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Plint

Vooruitstekende onderrand van een muur of meubel, de vierkante basis waar een zuil op rust.

1990
2021-06-13
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

plint

plint - Rechthoekige of vierkante voetstukken voor zuilen, pilasters of deurlijsten. Wordt ook gebruikt voor stevige, vaak versierde voetstukken van monumentale beelden of gedenktekens ondersteunen, of voor de onderste gedeelten van buitenmuren en de platformachtige onderlaag van gebouwen.

1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

plint

[Fr.], v./m./o. (-en), (bouwkunst) 1. onderste, uitstekend, rechtopgaand deel van het basement van een zuil; 2. grondlijst aan een gebouw; 3. vloerlijst onder langs de wanden van gangen en kamers: doordraaiende —, die met de deur meedraait.

Lees verder
1952
2021-06-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Plint

s., plint.

1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Plint

(<Er.), o. en v. (-en), (bouwk.) 1. onderste, recht opgaand deel van het basement van een zuil; 2. vlak stuk tot verzwaring aan de voet van een gebouw ; 3. vlak belegstuk van hout, marmer enz. aan de voet der wanden in gangen en kamers, voetlijst; — doordraaiende plint, die met de deur meedraait.

Lees verder
1949
2021-06-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Plint

verzwaring, die aan de voet van een muur voorkomt. Het P.-profiel is zeer verschillend in de verschillende stijlen. Men gebruikt het woord ook in de woningbouw voor de stenen of marmeren stroken in gangen aan de voet der muren of voor de houten stroken in kamers.

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Plint

eig. voetstuk van een kolom enz., ook de verbreeding van de fondeering even boven den beganen grond reikend, en dikwijls door stukken natuursteen belegd; later meer in ’t bijzonder de hartsteenen of (binnenshuis) houten band onder langs de straat of vloer tegen den muur aangebracht. Eerst laat overgenomen uit fra. plinthe, lat. plinthus, grie...

Lees verder
1916
2021-06-13
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Plint

Rand langs kamer- of gangmuur.

1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Plint

Plint v. en o. (-en), (bouwk.) vlak stuk tot verzwaring aan den voet van een gebouw, een vertrek of eene lambrizeering; — inz. de houten bekleeding aan den voet der wanden in gangen en kamers, gewoonlijk 10 a 13 cM. breed en ook wel voetlijst geheeten; — doordraaiende plint, die met de deur meedraait. PLINTJE, o. (-s).

Lees verder