Wat is de betekenis van pleite?

2019
2021-03-01
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

pleite

weg, ervandoor Omstreeks 1860 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht. Het komt hierin voor in de vorm pleiten en met als betekenissen ‘vrijkomen, weggaan’. Vervolgens in 1906 vermeld in De Boeventaal van Köster Henke als pleite en ...

Lees verder
2018
2021-03-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pleite

pleite - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: plei-te 1. weg, verdwenen ♢ ik ga pleite Bijvoeglijk naamwoord: plei-te

Lees verder
2014
2021-03-01
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

pleite

(Jidd. < Hebr. peleito, ontsnapping), 1. weg, ervandoor: Beter was ’et zoo, dat ie pleite was, ’et kind. Te avond of morge had De Schele ’em toch wat angedaan, STOKVIS1 37; 2. failliet: Cohn und Dietrich ... zwaaiden met onbetaalde accepten, roepend ...: De Leeuw is pleite, De Leeuw is pleite, CANTER I, 85.

Lees verder
1993
2021-03-01
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Pleite

weg; bankroet (Barg.)

1973
2021-03-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

pleite

[Hebr. peleitó, vlucht], bw., — gaan, weglopen, zich bergen; (ook) bankroet gaan; ―zijn, bankroet zijn, platzak zijn.

1950
2021-03-01
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pleite

(<Hebr. peleitô, vlucht), bw., (Barg.) pleite gaan, weglopen, zich bergen ; (ook) bankroet gaan ; — pleite maken, zich verstoppen, verbergen ; — pleite zijn, bankroet zijn.

1949
2021-03-01
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

pleite

weg. Pleite gaan, weglopen, weggaan, zich bergen. Ga maar pleite, 't is een beetje link, onveilig; ze knijzen op je. Hij is pleite gekommen, weggekomen, ontkomen. Ik tippel gauw pleite, ik loop gauw weg. Ze hadden juist nog tijd om pleite te tippelen.

Lees verder
1948
2021-03-01
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

pleite

van peleito, (Hebr.) vlucht; ~ zijn, failliet zijn.

1914
2021-03-01
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pleite

pleite - (argot), weg; „pleitescheften” : wegloopen; „pleitemaken”, wegmaken, wegwerpen ; failliet gaan.

1898
2021-03-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pleite

Pleite v. (diev.) bankroet: pleite gaan, bankroet gaan; pleite maken, zich verstoppen, verbergen; — pleite schiften, op den loop gaan.

Lees verder