Wat is de betekenis van plausibel?

2018
2022-07-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

plausibel

plausibel - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: plau-si-bel 1. onderbouwd met feitelijke bewijzen ♢ Carmelita had een plausibele reden om te laat te komen Bijvoeglijk naamwoord: plau-si-bel ... is plausibeler dan ......

Lees verder
1994
2022-07-07
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Plausibel

[Lat. plausibilis, van plaudere, plausum = (goedkeurend) klappen, toejuichen] aannemelijk, geloofwaardig.

1993
2022-07-07
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Plausibel

aannemelijk

1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

plausibel

[Lat.], bn., aannemelijk, instemming verdienend, geloofwaardig klinkend: dat klinkt niet zeer plausibele redenen.

1955
2022-07-07
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Plausibel

aannemelijk, waarschijnlijk.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Plausibel

(<Lat.), bn., aannemelijk, instemming verdienende, geloofwaardig klinkende: dat klinkt niet zeer plausibel; plausibele redenen.

1948
2022-07-07
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

plausibel

aannemelijk, geloofwaardig.

1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

plausibel

bn. (Fr. [Lat. plausibilis van plaudere = goedkeurend in de handen klappen]: toejuichenswaard; aannemelijk, geloofwaardig lijkende).

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Plausibel

Plausibel bn. waarschijnlijk, aannemelijk, schijnbaar: onder plausibele redenen.