Wat is de betekenis van Plat?

2026-01-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Plat

I. PLAT bn. bw. (-ter, -st), 1. zich in de breedte uitstrekkende, zonder verhoging of verdieping: een plat vlak ; platte figuren ; de platte hand ; — plat ijzer, staafijzer dat in vlakke vorm in de handel wordt gebracht; — 2. vlak, ondiep; inz. met betr. tot vaatwerk van allerlei aard: platte schalen...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

plat

(18e eeuw) (< Jidd. polat, Hebr. pâlath, ontsnappen, zich redden) (oorspr. Barg.) (gezegd van politieagenten) corrupt, omgekocht. 'Plat krijgen': omkopen. Bij Köster Henke (1906): 'We moeten die getuige zien plat te maken. Ik moet haar met zoete woordjes plat maken (sussen). Moormann vermeldt 'platte kaf' (1731) voor een 'smous die ge...