2020-01-24

Plak

Plak v. (-ken), schijf van een appel, van vleesch, ham enz.: neem nog een plakje ham; — breede, dunne lineaal, die vroeger in de school als strafwerktuig dienst deed; slag met zulk eene plak; — slag in het algemeen: geef hem liever wat plakken om de ooren; — de plak voeren, de baas ergens zijn, er het meeste te zeggen hebben; — hij staat onder de plak van zijne vrouw, zij is hem de baas; — (fig.) er de plak op leggen, kastijden; — iem. onder de plak houden, in bedwang houden; — ond...

2020-01-24

plak

plak - m. (argot) halve stuiver.

2020-01-24

plak

halve stuiver.

2020-01-24

Plak

Oude munt, andere naam voor „dubbele groot”; de waarde was ongeveer gelijk aan die van een stuiver.

2020-01-24

Plak

1. een - lood op de kop hebben,Bargoense uitdr. uit het begin van deze eeuw voor ‘dronken zijn’. 2. een -je leggen,studentenslang voor ‘kotsen’. Jaren tachtig. Syn. over zijn nek gaan.

2020-01-24

plak

plak - zelfstandig naamwoord 1. korte stok waarmee de meester vroeger de kinderen sloeg ♢ als je stout was, kreeg je met de plak 1. onder de plak zitten [niets te vertellen hebben] 2. een dunne schijf ♢ ik kreeg een plakje worst van de slager 1. een plak w...

2020-01-09

Onder de plak zitten

niets durven tenzij de partner het goed vindt

2019-02-11

iemand een plak biet op zijn oog leggen

een blauw oog slaan In 1948 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. • Willem zegt, dat zijn vader op Alexander Farnese gaat gelijken, de hertog van Parma. Die moet ook zo’n puntig baardje onder z’n kin hebben gedragen, vroeger. Zo’n jongen praat naar-ie verstand heeft: schoolpraat natuurlijk, die knapen worden veel te wijs gemaakt. Maar Parma of geen Parma, het oog wil ook wat hebben -- al leg je er maar een plak biet op. ¶ Jan Mens, De blinde weerelt (1948), p. 216...

2019-06-13

plaggen

Vierkante of rechthoekige plak, gestoken uit een veld dat met gras, heide of ander gewas begroeid is. Gebruikt als eenvoudige dakbedekking. Ook: plak, zode.

2017-05-02

moot

Schijf of plak gesneden van plat of rondvis.

2019-07-17

tabiette

tabiette - v., plank; plaatje, platboekje; zakschrijfboekje; plak(chocolade).

2019-09-19

tablet

tabletje, o. plank; plaatje; plat koekje, zakschrijfboekje; plak (chocolade).

2017-05-02

tranche

Schijf, moot of plak van vis, vlees, wild, brood of ham.

2017-05-02

darne

Moot, dikke schijf, plak of middenmoot van zalm, kabeljauw of een andere grote rondvis.

2017-02-21

lijmen

Lijmen (ook verlijmen) is met een plak- of kleefmiddel materialen, meestal blijvend, aan elkaar verbinden.

2019-06-08

opgebouwd

opgebouwd - Een techniek waarbij aardewerk met de hand wordt gevormd en waarbij een klomp natte klei met een deegrol wordt geplet tot een platte plak. De plak kan in verschillende vormen worden geklopt, met slib aan andere plakken worden vastgemaakt, of over een houten vorm worden geklopt.

2019-07-10

lood

geld. 't Schijnt dat jij je lood niet op kan. Een plak lood op de kop hebben, dronken zijn. Een dot lood, ook: een poet lood, een hoop geld.

2017-08-03

pakken

(ov ww; pakte; h. gepakt) SP 1 inform. - verdienen, winnen: een gouden plak pakken, een gouden medaille winnen; seconden, minuten, punten, de gele trui pakken. 2 - doping gebruiken, syn. slikken: hij won alleen maar omdat hij heeft gepakt.

2017-05-18

Linoleumsnede

Vorm van hoogdruk. Afdruk van een dikke plak linoleum waarin met een guts een voorstelling is gesneden. De delen die niet afgedrukt moeten worden, worden weggesneden.

2019-06-13

tegels

Gebakken plak klei, al dan niet geglazuurd. Op de tegel kan een voorstelling of een tekst ingebakken zijn. Ook een reliëf kan de tegel sieren.