Plak
I. PLAK v. (-ken), 1. gereedschap om de grond of de daarop aangebrachte zoden gelijk te maken of aan te stampen om het uitdrogen tegen te gaan: zoden met de plak aanstampen; 2. korte stok met een schijf aan liet ene uiteinde, waarmee de schoolmeester in de oude tijd de kinderen op het binnenste van de hand sloeg: de plak voeren, de...