Wat is de betekenis van Plaats?

2018
2021-09-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

plaats

plaats - zelfstandig naamwoord 1. bepaalde ruimte of punt in de ruimte ♢ op deze plaats blijf ik zitten 1. in plaats van [als vervanging van] 2. plaats innemen ...

Lees verder
2015
2021-09-19
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

plaats

plein Het zal veranderen, binnenkort, in mijn café in Evergem. Elke avond mag je komen, Minne. Ik hou zelfs een plaatsje over bij het raam, zodat je de hele dorpsplaats zien kan, en iedereen die voorbijkomt. En of je een glas bier bestelt of niet, daar mag je blijven zitten (Hugo Claus, Suiker) In het Frans: '(grand) pla...

Lees verder
2001
2021-09-19
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Plaats

Zie: (→) dramatische ruimte.

2000
2021-09-19
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Plaats

Geen plaats in de herberg, (er is) geen plaats of onderdak voor iemand of iets. Deze uitdrukking verwijst naar het kerstverhaal: als Jozef en de hoogzwangere Maria in Betlehem aankomen om zich te registreren voor de volkstelling, is er nergens een onderkomen te vinden. Maria ‘baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in e...

Lees verder
1998
2021-09-19
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Plaats

opgestaan (is) - vergaan wie van zijn zitplaats is opgestaan, moet niet verbaasd zijn wanneer het zitje achteraf door iemand anders wordt bezet. Een cliché dat al erg oud is en het nog steeds goed doet. In 1991 verscheen een boek (van o.a. Will van Sebille) onder de titel Opgestaan is plaats vergaan, een bericht van en over afstandsmoeders.

Lees verder
1993
2021-09-19
NIMA

Nima marketing lexicon

Plaats

(= distributie) Eén van de vier Ps, waarmee alle marketingvariabelen en -instrumenten worden aangeduid die het distributiebeleid betreffen.

Lees verder
1990
2021-09-19
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

plaats

plaats - Te gebruiken voor een ruimte of gebied in de wereld van dagelijkse ervaringen, die duidelijk en als één geheel wordt waargenomen en die naast fysieke kenmerken en eigenschappen ook emotionele, doelgerichte en sociale connotaties heeft. Gebruik 'locatie' voor de louter fysieke positie in het heelal die nauwkeurig kan...

Lees verder
1973
2021-09-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

plaats

v./m. 1. open stuk grond vóór of binnen de muren van een gebouw: het ijzeren pompje op de 2. plein: de Mariaplaats te Utrecht; 3. ruimte die een persoon of zaak inneemt: alles neemt in; een openlaten, inruimen; ook: die beschikbaar is: maken, — nemen, gaan zitten; 4. een al of niet nader bepaald punt of deel in de ruimte of op a...

Lees verder
1958
2021-09-19
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

PLAATS

(Fr.: pleats). Hoeve in de betekenis van bedrijfseenheid (boerenwoning met landerijen). Elk van beide wordt ook wel afzonderlijk als P. aangeduid. zie Sate.

Lees verder
1952
2021-09-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Plaats

s., plak (it), sté (it), steed (it); in de eerste —, yn ‘e earste pleats, foarst, alderearst; in de tweede, derde, twad tred; invan, yn pleats fan; op zijn —, to plak; niet van dekunnen komen, net út it sté komme kinne; ...

Lees verder
1950
2021-09-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Plaats

v. (-en), 1. kapel; 2. bedeplaats.

Lees verder
1948
2021-09-19
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

plaats

(Z.A.) v. boerderij.

1916
2021-09-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Plaats

Plaats - of Boerenplaats, is in sommige deelen van ons land de benaming voor een landbouwerswoning met het daarbij behoorende land. In de Veenkoloniën is p. de benaming alleen voor een zekere oppervlakte land. Is hierop het turfveen nog aanwezig, dan heet het een veenplaats. Zie VEENKOLONIE.

1910
2021-09-19
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Plaats

Plaats - als handelswoord van gelijke beteekenis als stad, handelsstad en meer bepaald nog beurs.

1898
2021-09-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Plaats

Plaats v. (-en), platte of platgemaakte weg, stuk grond tot een bepaald doel vlakgemaakt: anker-, bad-, begraafplaats; speelplaats; — eene door huizen ingesloten vlakte, plein; — eene door muren ingesloten vlakte van kleineren omvang: de plaats achter een huis; de ramen zien uit op eene binnenplaats; — stad, vlek of dorp: in wel...

Lees verder
1898
2021-09-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Plaats

zie Oord.