Wat is de betekenis van pimpelen?

2020
2021-12-05
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

pimpelen

(17e eeuw) (inf.) stevig drinken. Letterlijk betekent deze uitdrukking het leegdrinken van zgn. pimpeltjes, kleine glaasjes. Het WNT citeert o.a. het 'Woordenboek der Nederduitsche en Fransche Taalen' (1710) van F. Halma: 'Hy pimpelt sterk. Il ne fait que buvoter'. Een hedendaagse variant is: van pimpelestein* gaan. • Of zouden onze zoete Ja...

Lees verder
2004
2021-12-05
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

pimpelen

Stevig drinken. Letterlijk betekent deze uitdrukking het leegdrinken van zogenaamde pimpeltjes, kleine glaasjes. Het WNT citeert o.a. het ‘Woordenboek der Nederduitsche en Fransche Taalen’ (1710) van F. Halma: ‘Hy pimpelt sterk. II ne fait que buvoter.’ Me héél léve lang heef ’k zoet gegete!... en gepimpelth! Is. Querido: Levensgang. 1901 ...

Lees verder
1980
2021-12-05
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Pimpelen

Voor de verklaring van het woord pimpelen zal men moeten uitgaan van het woord pimpel dat op iets kleins duidt. Wij kennen nog pimpelmees voor een kleine mees. Ook werd vroeger een zwak vrouwtje dat nergens tegen kon, een pimpeltje genoemd. Vooral bekend werd het woord als de benaming van een klein glas, ter grootte van een kwart mutsje. Een mutsje...

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pimpelen

(pimpelde, heeft gepimpeld), veel drinken; aan de drank zijn.

1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pimpelen

v., pimpelje, seupelje.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pimpelen

I. (pimpelde, heeft gepimpeld), drinken; pooien; aan de drank zijn. II. (pimpelde, heeft gepimpeld), (Zuidn.) aanhoudend met de ogen knippen.

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pimpelen

pimpelde, h. gepimpeld (drinken inz. onmatig drinken; aan de drank zijn; pooien): ze zaten lekker te pimpelen.

1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pimpelen

Pimpelen (pimpelde, heeft gepimpeld), drinken, pooien, sterk drinken.