Wat is de betekenis van Pikken?

2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pikken

pikken - regelmatig werkwoord uitspraak: pik-ken 1. hem raken met een puntig voorwerp ♢ Herwin pikt mij met zijn vork 2. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ ik heb een koekje uit de trommel gepi...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

pikken

(met een puntig voorwerp pakken), 1. stelen: Hij leerde ze ... hoe met cape en wijde jas om, makkelijk te pikken viel aan drukke stalletjes en in winkels, QUERIDO 4, 102; 2. (jenever) drinken: Jongins, eintje pikke op de gesondhaad fèn me botboer! SMIS1 39; 3. knikkeren, zie pikkertje: Wat was het toch fijn, dat hij zo goed pikken kon! Pats...

Lees verder
1998
2021-01-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Pikken

pakken, tot zich nemen gezegd van een ontspannende activiteit: een bioscoopjepikken‘naar de bioscoop gaan’; een stadje pikken ‘uitgaan in de stad’ een zonnetje pikken‘in de zon gaan zitten’. In Rotterdam is een Blakiepikken ‘winkelen op de Blaak’. Informele uitdr. Zij hield van hakketakken op d’r naaste bloedverwanten, van winkeltjes kijken en bio...

Lees verder
1997
2021-01-21
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

pikken

In de Middeleeuwen is de verwensing de pikken op je vlais overgeleverd. Een vroeger veel gebruikte en ook nu nog niet vergeten naam voor de duivel, is pikken. Wij kennen nog [i]Heintje Pik. Pikken[/i] is waarschijnlijk het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord van pik dat als zelfstandig naamwoord gebruikt wordt en dus eigenl...

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

pikken

(pikte, heeft gepikt), 1. (onoverg.) een prik of steek geven met een puntig voorwerp: pas op, die schaar pikt; 2. naaien: die naaister zit de hele dag te –; 3. (overg.) met een puntig voorwerp in iets prikken om het beet te pakken: een aardappel van de schotel –, aan de vork steken; met een haak vasthechten; 4. met de snavel steken: de...

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pikken

I. (pikte, heeft gepikt), 1. (overg.) met pik insmeren, bestrijken: de naden van deze tonnen moeten gepikt worden; 2. (onoverg.) kleven als pik: het vernis is nog niet droog, het pikt nog. II. (pikte, heeft gepikt), 1. een prik of steek geven met een puntig voorwerp: pik je niet in de vingers; — (onoverg.) kind pas op,...

Lees verder
1949
2021-01-21
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

pikken

nemen. Een oksenaartje pikken.

1914
2021-01-21
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pikken

pikken - (argot), nemen.