Wat is de betekenis van pijnlijk?

2018
2021-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pijnlijk

pijnlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: pijn-lijk 1. wat een vervelend gevoel in je lichaam geeft ♢ ik heb last van een pijnlijke rug 2. moeilijk of lastig ♢ het was een pijnlijk misverstand...

Lees verder
1973
2021-05-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

pijnlijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. pijn lijdend, doende: een pijnlijke rug; 2. blijk gevend van pijn: een – gezicht zetten; bw.: hij liep – en stijf; 3. kwelling, smart veroorzaken: dat was nogal – voor hem; 4. netelig, lastig, precair: een pijnlijke stilte; 5. overnauwkeurig, uiterst zorgvuldig: met pijnlijke zorg, nauwkeurigheid.

Lees verder
1952
2021-05-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pijnlijk

adj., pynlik, sear.

1950
2021-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pijnlijk

bn. bw. (-er, -st), 1. pijn lijdende; de zieke is erg pijnlijk; hij is overal pijnlijk; een pijnlijke rug; 2. blijk gevend van pijn: een pijnlijk gezicht zetten; een pijnlijk geluid; hij liep pijnlijk en stijf; 3. lichamelijke pijn veroorzakend: een pijnlijke wonde, operatie; 4. kwelling, smart veroorzakend: dat was erg pijnlijk voor hem; d...

Lees verder
1898
2021-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pijnlijk

Pijnlijk bn. bw. (-er, -st), smart, pijn veroorzakende; eene pijnlijke wonde, operatie; een pijnlijken dood sterven; — lijdende: de zieke is erg pijnlijk; hij is overal pijnlijk, overal gevoelt hij pijn; — zijne woorden deden mij pijnlijk aan, smartten, griefden mij; — eene pijnlijke herinnering; — (fig.) moeilijk, onrustbar...

Lees verder