Wat is de betekenis van Pijnboom?

2026-10-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Pijnboom

m. (...bomen), pijn (I).

2026-10-05
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

pijnboom

pijnboom - zelfstandig naamwoord uitspraak: pijn-boom 1....

2026-10-05
Prisma van de symbolen

Hans Biedermann (1992)

pijnboom

(Pinus silvestris), in Oost-Azië de ‘levensboom’ die ook op...

2026-10-05
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Pijnboom

s., dinnebeam, pynbeam.

2026-10-05
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Pijnboom

(Pinus), geslacht uit de familie der Naaldbomen*, vroeger...

2026-10-05
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

pijnboom

m. pijnbomen (pijn I): de zeepijnboom.

2026-10-05
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Pijnboom

→ Pinus.

2026-10-05
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Pijnboom

➝ Den.

2026-10-05
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

pijnboom

m. (...bomen) pijn (I).

2026-10-05
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

pijnboom

m. (-bomen), een in onbruik geraakte naam voor de grove den.

2026-10-05
Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

pijnboom

pijnboom zn. 'naaldboom, den (geslacht Pinus)' categorie:...

2026-10-05
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Pijnboom

zie Pinus.

2026-10-05
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Pijnboom

Pijnboom m. (-en), pijn....

‘Pijnboom’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.