Wat is de betekenis van Pielen?

2020
2022-05-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

pielen

1) (19e eeuw) (inf.) onhandig bezig zijn, peuteren, prutsen, stuntelen, pietluttig werk doen. Wellicht afkomstig uit het Fries. Volgens het 'Woordenboek van de Friese taal' is de oudste vermelding in het Fries uit het jaar 1829. In de betekenis van 'neuken' komt het echter in het Fries niet voor. • pielen b. werkw., snijden, kerven, met een st...

Lees verder
1950
2022-05-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pielen

(pielde, heeft gepield), 1. (gew.) zijn best doen, zich toeleggen op; 2. (gew.) met een stomp mes snijden.

Lees verder
1898
2022-05-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pielen

Pielen (pielde, heeft gepield), (gew.) met een stomp mes snijden; — (gew.) zijn best doen, zich toeleggen op.

Lees verder