piano (instrument)
(‘pi’a:no) v. (-'s; ...nootje) [verkorting van pianoforte] muziekinstrument met boven een klankbodem gespannen snaren, die door met leer of vilt beklede hamertjes, welke men door toetsen in beweging brengt, worden aangeslagen : de openmaken om erop te spelen; opstaande (gewone) ; vleugel; spelen; zich vóór, aan de ze...