Wat is de betekenis van Peut?

2020
2022-01-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

peut

1) (1906) (inf.) klap, slag; slaag, stoot, stomp. Vgl. peuter*. • Het doet me lol dat de russen zo'n peut gehad hebben. (Köster Henke: De boeventaal, 1906) • 'k Hep die Blikke toch seikir auk peut gegeife. (G.P. Smis: Het Spionnetje. 1939) • Meestal was die straf vijf 'peuten'; dat betekende dat elk op zijn beurt met de punt v...

Lees verder
2017
2022-01-22
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Peut

Peut - petroleum. Een peutwagen is een tankwagen.

2014
2022-01-22
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

peut

(< peuten, stoten), klap; slaag: Ik hep die Blikke toch seikir auk peut gegeife, SMIS1^.

2007
2022-01-22
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Peut

(spottend of smalend) therapeut, waarvan het een verkorting is. Vgl. goog. ... een fijn gesprek met een begrijpende peut... (Youpvan ’t Hek.Amah Hoela, 1994) Nederland, land van -logen en -peuten, zou Nederland niet zijn als daaromtrent niet prompt een brede maatschappelijke discussie werd georganiseerd. (De Morgen, 27/09/1997)

Lees verder
1998
2022-01-22
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Peut

iemand (een) - geven iemand een klap, slaag geven. Bargoens. Vgl. pomp. Het doet me lol dat de russen zo’n peut gehad hebben. (Koster Henke: De boeventaal, 1906) ... die jonge geeft hem een peut. (Simon Vestdijk: Op afbetaling, 1952/1992) peut=(Barg.) slagen, klappen. (Fokke Bos: De vreemde woorden, 1955)

Lees verder
1993
2022-01-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Peut

terpentine; opstopper

1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

peut

m. (-en), (gemeenz.) 1. opstopper, klap, stoot: iemand een peut geven; 2. terpentine.

Lees verder
1955
2022-01-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Peut

(Barg.) slagen, klappen

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Peut

m. (-en), (gemeenz.) opstopper, klap, stoot: iem. een peut geven.

1949
2022-01-22
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

peut

slaag, klappen. Het doet me lol, dat de russen zo'n peut gehad hebben.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

peut

I. m. peuten (slag, klap): iem. peut geven, slaag. II. v. peuten (Z.-N. gew. jonge boom).

Lees verder
1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Peut

Peut m. (-en), (gemeenz.) opstopper, klap, stop : iem. een peut geven.