Wat is de betekenis van pertinent?

2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pertinent

pertinent - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: per-ti-nent 1. zonder dat er iets tegenin te brengen is ♢ hij ontkende pertinent dat hij het gedaan had Bijvoeglijk naamwoord: per-ti-nent de/het pertinente ...

Lees verder
1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Pertinent

[Lat. pertinens, -entis = o.dw, zie pertineren] stellig, nadrukkelijk, beslist; onbeschaamd.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Pertinent

beslist; afdoend; nauwkeurig (vero.)

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pertinent

[Fr.], bn. en bw., 1. geheel naar de eis, stipt, nauwkeurig; een pertinent relaas; thans meer in de zin van uitdrukkelijk of nadrukkelijk: een bevel; ik verlang van u een pertinente verklaring; 2. beslist, met stelligheid, zonder dat er iets tegen in te brengen of aan te doen is: hij weigerde pertinent; pertinent liegen, onbeschaamd.

Lees verder
1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Pertinent

juist; naar de eis; beslist, stellig.

1952
2022-12-04
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Pertinent

gepast, oordeelkundig, ter zake dienend, afdoend.

1951
2022-12-04
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

pertinent

toepasselijk, ter zake (dienend), zakelijk; pertinent to, van toepassing op, betrekking hebbend op.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pertinent

(<Fr.), bn. bw., 1. gepast, doelmatig, juist, behoorlijk, naar de eis: ik verlang van u een pertinente verklaring; 2. beslist, met stelligheid, zonder dat er iets tegen in te brengen of aan te doen is: hij weigerde pertinent; pertinent liegen, onbeschaamd; pertinent ontkennen, uitdrukkelijk; (rechtst.) pertinente f...

Lees verder
1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

pertinent

tot de zaak behorend, ter zake dienend; stellig, uitdrukkelijk, beslist, met klem; ~ en concluent, ter zake dienende en afdoende.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pertinent

bn., bw. (Fr. stellig, afdoend): een pertinente verklaring, nadrukkelijk; hij weigerde pertinent, beslist; een pertinente leugen, pertinent liegen, onbeschaamd. (nent = nent).

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

pertinent

(perti'nent) bn. en bw. [Fr. < Lat. pertinens] 1. tot de zaak behorend, gepast, doelmatig : een -e verklaring. 2. stellig, afdoend, beslist: een antwoord; weigeren. 3. onbeschaamd : liegen.

Lees verder
1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pertinent

pertinent - tot de zaak behoorend; juist; naar den eisch; verzekerd.

1908
2022-12-04
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Pertinent

stellig, beslist.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pertinent

Pertinent bn. bw. tot de zaak behoorende, gepast, doelmatig, juist, recht, billijk, behoorlijk, naar den eisch, beslist: ik verlang van u eene pertinente verklaring; hij weigerde pertinent; pertinent liegen, onbeschaamd.

1864
2022-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

pertinent

pertinent - bn. tot de zaak behoorende, vast

1573
2022-12-04
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Pertinent

Pertinens ad rem, appositus, decens, commodus.

Lees verder