Wat is de betekenis van Permanent?

2018
2021-04-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

permanent

permanent - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: per-ma-nent 1. de hele tijd ♢ dit huis is geschikt voor permanente bewoning 2. niet tijdelijk ♢ hij hoort tot de per...

Lees verder
2012
2021-04-15
Nick Felix

Stagiair bij KRO Brandpunt

Permanent

Permanent kan twee dingen betekenen. De eerste betekenis duidt op het blijvend zijn van iets. Dus als iets permanent is, dan staat het vast voor een langere tijd. In de andere strekking van het woord bedoelt men kunstmatige krullen en golven die in het haar worden aangebracht en langere tijd blijven zitten. De herkomst van de eerste betekenis is te...

Lees verder
1993
2021-04-15
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Permanent

blijvend; voortdurend; blijvende haargolf

1973
2021-04-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

permanent

[Eng.], m., verkorting van permanent wave.

1955
2021-04-15
vreemd

Vreemde woordenboek

Permanent

voortdurend, onafgebroken ; afk.van permanent wave: blijvende haargolf

1954
2021-04-15
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Permanent

duurzaam.

1950
2021-04-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Permanent

(<Fr.), bn. bw., 1. duurzaam, niet tijdelijk: permanente wegen; 2. voortdurend, steeds doorgaande, aanhoudend: die permanente droogte deed veel schade aan de landbouw; — zich permanent verklaren, niet uitééngaan (inz. van lands-, gewestelijke of gemeentevergaderingen); — permanente commissie,...

Lees verder
1949
2021-04-15
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Permanent

(Lat. pérmanens, gen. -éntis = part. praes. v. permanére = voortdurend blijven, uithouden; < → per(2), + manére = blijven). Permanente gassen waren die, welke (omstr. 1870) zelfs niet bij de laagste bereikte temperaturen vloeibaar werden, zodat men meende dat ze altijd gasvormig zouden blijven.

1948
2021-04-15
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

permanent

voortdurend, blijvend, vast, steeds doorgaand.

1910
2021-04-15
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Permanent

Permanent - voortdurend.

1898
2021-04-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Permanent

Permanent bn. bw. voortdurend, aanhoudend : die permanente droogte deed veel schade aan den landbouw; zich permanent verklaren, niet uitééngaan (inz. van lands-, gewestelijke- of gemeentevergaderingen); permanente commissie, die niet telkens veranderd of vernieuwd wordt; — permanente tentoonstelling van schooluitgaven; —...

Lees verder
1864
2021-04-15
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

permanent

permanent - bn. en bijw. voortdurend, aanhoudend; zich permanent verklaren, niet uiteengaan (inz. van lands-, gewestelijke □, of gemeente-vergaderingen)