Wat is de betekenis van perfect?

2018
2021-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

perfect

perfect - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: per-fect 1. zeer goed ♢ die tafel is perfect gemaakt 2. zo goed als het maar kan, zonder fouten ♢ het was een perfect ballet Bijvoeglijk naa...

Lees verder
1993
2021-01-22
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Perfect

(perfekt) volmaakt; voltooid

1950
2021-01-22
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Perfect

(<Lat.), bn. bw. (-er, -st), volmaakt, volkomen, geheel: alles is perfect in orde; — (wisk.) een perfect of volkomen getal, een getal dat gelijk is aan de som van zijn echte delers.

1948
2021-01-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

perfect

volkomen, volmaakt, geheel; volkomen in orde, best, uitmuntend!

1939
2021-01-22
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Perfect

(< Lat. perfectus) part. perf. van perficere = voltooien). Volmaakt. Een perfect of volkomen getal is een getal, dat gelijk is aan de som van zijn echte delers.Het woord perfect voor punt verzamelingen drukt uit, dat de verzameling identiek is met haar afgeleide; het is blijkbaar gekozen om aan te geven, dat de verzameling niet completer wordt d...

Lees verder
1914
2021-01-22
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

perfect

perfect - volkomen, volmaakt, uitmuntend.

1898
2021-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Perfect

Perfect bn. bw. (-er, -st), volmaakt, volkomen, geheel.

1864
2021-01-22
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

perfect

perfect - bn. en bijw. volmaakt, volkomen, geheel