Per
(Lat.), vz., door, met, in (in bepaalde verbindingen): ik zend het u per post (met de post), per schipper, per Van Gend en Loos; per as wordt alles aangevoerd, in een rij- of voertuig; — het kost drie gulden per stuk; hij verdient f 40 per week; — per accidens, bij toeval; per acquit, vol...