Wat is de betekenis van Penis?

2021
2021-10-16
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Penis

De penis behoort samen met de balzak tot de uitwendige geslachtsorganen van een man en wordt gebruikt bij het urineren of, in stijve toestand, bij seksualiteit, waaronder geslachtsgemeenschap. Een penis bestaat hoofdzakelijk uit drie zwellichamen. De urinebuis loopt onder het onderste zwellichaam door en eindigt in de eikel, het ronde uiteinde van...

Lees verder
2018
2021-10-16
Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Penis

Uitwendig geslachtsorgaan van mannelijke dieren, gebruikt om bij een copulatie semen in de vrouwelijke tractus te brengen, ook vaak gebruikt om urine af te voeren De penis is een orgaan met zeer uiteenlopende morfologie, wat samenhangt met het directe evolutionaire belang van een succesvolle reproductie. Voortplantingsorganen zijn vaak onderworpen...

Lees verder
2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

penis

penis - zelfstandig naamwoord uitspraak: pe-nis 1. mannelijk geslachtsdeel ♢ jongens hebben een penis, meisjes niet Zelfstandig naamwoord: pe-nis de penis de penissen ...

Lees verder
2010
2021-10-16
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

penis

Zie (ook) piemel

2004
2021-10-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

penis

Mannelijk geslachtsorgaan. Wij hebben dit woord in de zestiende eeuw ontleend aan het Latijn. In die taal betekende het eigenlijk ‘staart’ en deed het dienst als eufemisme voor het mannelijk lid. Zoals bij andere belangrijke onderdelen van de menselijke anatomie het geval is (het achterwerk en de boezem bijvoorbeeld), zijn er talrijke synoniemen in...

Lees verder
1994
2021-10-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Penis

[Lat. = oorspr.: staart; vgl. Gr. peos] mannelijk geslachtsdeel, roede.

1993
2021-10-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Penis

mannelijk geslachtsdeel

1977
2021-10-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

penis

penis - mannelijk lid; ontleend aan het Lat.

1974
2021-10-16
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

penis

(= L.,), mannelijk copulatieorgaan, ➝ paring, ➝ bevruchting.

1955
2021-10-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Penis

mannelijke roede

1954
2021-10-16
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Penis

het mannelijk lid of roede, het orgaan dat in erectie de geslachtsgemeenschap mogelijk maakt; bestaat uit een door een geplooide huid omgeven lichaam (corpus) en een van dunne, gevoelige huid voorzien uiteinde: de eikel (glanspenis), waarover in verslapte toestand de huidplooi van de voorhuid (praeputium) gestulpt ligt. In de p. liggen de zwellicha...

Lees verder
1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Penis

s.; (van dieren), pyst.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Penis

(Lat.), m., mannelijke roede.

1949
2021-10-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Penis

zie Geslachtsorganen.

1948
2021-10-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

penis

(Lat.) m. mannelijke roede.

1933
2021-10-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Penis

→ Geslachtsorganen.

1923
2021-10-16
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Pénis

(Lat.), het mannelijk lid; syn. membrum virile. P. captivus (Lat., gevangen), het soms voorkomend geval, dat het lid gedurende de coitus en nog enige tijd daarna wordt vastgehouden, ten gevolge van kramp van de spieren der schede en van de m. constrictor cunni (zie ald.). P. cérebri, oude benaming van de glandula pinealis der hersenen. P. pa...

Lees verder
1916
2021-10-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Penis

Penis, - roede ; zie GESLACHTSORGANEN.

1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Penis

Penis - m. mannelijke roede.