Wat is de betekenis van pen?

2020
2021-04-16
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Pen

Zie Penelope

2020
2021-04-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

pen

1) (2005) (politie/ onderwereld) pistool; revolver. • (Elsevier, 17/12/2005: Van aanlopen tot zwijntjesjager). • (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011) • (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020) 2) (1977) (euf.) mannelijk lid. Vanwege de vorm. Vgl. potl...

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pen

pen - zelfstandig naamwoord 1. voorwerp om met inkt te schrijven ♢ deze pen schrijft erg mooi 1. in de pen klimmen [iemand gaan schrijven] 2. het valt met geen pen te beschrijve...

Lees verder
2017
2021-04-16
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Pen

Het achtereinde van de molenas, gelagerd in de pensteen.

2004
2021-04-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

pen

Mannelijk lid. ‘Op de pen hebben’ (ook wel: pennen) is copuleren (vanuit het mannelijk standpunt). Het is een Bargoense uitdrukking. De eerste keer bij mijn weten dat ik een wildvreemde dame op de pen heb gehad zonder me niet meteen te schrobben en te wassen. Jan Wolkers: De kus. 1977

Lees verder
2003
2021-04-16
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

PEN

PEN - Internationale valutacode van Swift voor de sol, de munt van Peru.

2002
2021-04-16
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

pen

Een pen is: 1) gereedschap om met inkt te schrijven en/of te tekenen; van oorsprong een vogelveer, de slagpennen uit de staart of vleugels van grote vogels, de holle schacht werd onder schuin afgesneden en een stukje gespleten; vanaf 1830 worden er pennen van staal vervaardigd die in een penhouder passen; tegenwoordig ook balpen, vulpen, viltstift;...

Lees verder
1998
2021-04-16
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Pen

op de - hebben/nemen slanguitdr. voor ‘copuleren’. Penis een metafoor voor het mannelijk lid; vgl. in dezelfde zin potlood.Het werkwoord pennen,eigenlijk ‘met een pen vastmaken’, bet. eveneens ‘copuleren’ (vanuit het mannelijk standpunt). In het Rotwelsch heeft pennende bet. ‘slapen’. De eerste keer bij mijn weten dat ik een wildvreemde dame op de...

Lees verder
1980
2021-04-16
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Pen

Het Latijnse woord penna betekent: veder van een vogel. Dit is ons Nederlandse woord pen. Nog spreken wij van de slagpennen en staartpennen van vogels en in de 17e eeuw is: op pennen drijven heel gewoon voor: vliegen.Dan gaat men de schacht van de vogelveer aan het dikke eind schuin en puntig afsnijden en de punt splitsen. Dit doet men met een penn...

Lees verder
1977
2021-04-16
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

pen

pen - mannelijk lid; het motief voor de naamgeving berust wsch.. evenals bij potlood, op de vorm; mogelijk is ook pen: metalen staaf om iets mee vast te zetten, pin, spie (vgl. deuvik), (Sch. P. 53 [1970]). Hierbij: pennen, cohabiteren (van de man); eig. met een pen vastmaken'.Wie nog geen jodin gepend (heeft), heeft de liefde niet gekend, end...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

pen

[→Lat. penna, slagpen, in het mv. vleugels], v./m. (-nen), 1. lange, stevige veer van vogels, m.n. uit de staart of de vleugels; 2. schacht van een vogelveer; 3. op een schacht lijkende stekel van stekelvarkens en egels; 4. vogelveer of de schacht daarvan, schuin en puntig afgesneden en van een spleet voorzien om mee te schrijven: een bos p...

Lees verder
1964
2021-04-16
voornamen

Voornamenboek

Pen

v -> Penelope (Eng.).

1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pen

s.; (om te schrijven), pin(ne); (pin) pin(ne); houten —, deuvel; houten in de grond, stikke; (om een tent vast te zetten), puonne.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pen

I. (<Lat.), v. (-nen), 1. lange, stevige veer van vogels, inz. uit de staart of de vleugels; — (bij uitbr.) vleugel, inz. dicht.; 2. schacht van een vogelveder: jonge vogels opkweken met de pen; 3. op een schacht gelijkende stekel van een stekelvarken en egel: stoelen waarvan de biezen waren losgegaan, en gelijk de pennen van een egel in...

Lees verder
1949
2021-04-16
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

Pen

zie: penne, en pennen.

1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Pen

schrijfgereedschap, vroeger vervaardigd uit de schacht van ganzeveren, later uit staal of goud.

1937
2021-04-16
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Pen

In Amsterdam is een pen een taak, een werkje. Eertijds was het gebruik bij allerlei werk, dat op toerbeurt verricht werd, een pennetje te steken bij den naam van hen, die op de werklijst voorkwam. Bij de pen af: elk op zijn beurt. Werken bij de pen: om beurten. Pengeld: een kleine geldsom, welke werd ingehouden van het loon om zich te verzekeren, d...

Lees verder
1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Pen

→ Pennen.

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pen

Het begrip pen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. pen - pen - v. (-nen), lange, stevige veer van vogels, inz. uit den staart of de vleugels; — zulk eene pen van eene spleet voorzien en tot schrijven dienend ; eene bos (ganze)pennen; pennen bereiden, ze geschikt maken om er mede te schrijven; pennen snijden, versnijden, vermaken; —...

Lees verder