Park
o. (-en), 1. afgeperkte ruimte waarin dieren in ’t wild leven; 2. terrein bij of om een kasteel of landhuis, bestaande uit bos en weiland, meestal door vijvers en kunstmatige aanleg verfraaid ; 3. terrein nabij of in een stad of dorp, dat men door beplanting met bomen en heesters tot publieke wandelplaats heeft ingericht; — nationaal p...