Wat is de betekenis van paradoxaal?

2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paradoxaal

paradoxaal - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: pa-ra-dok-saal 1. schijnbaar tegenstrijdig ♢ die bewering van jou is paradoxaal Bijvoeglijk naamwoord: pa-ra-dok-saal de/het paradoxale ... ...

Lees verder
1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Paradoxaal

[Fr. paradoxal] schijnbaar tegenstrijdig.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Paradoxaal

(paradoksaal) schijnbaar tegenstrijdig

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

paradoxaal

bn en bw., als, van een paradox, wonderspreukig: het klinkt paradoxaal.

1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Paradoxaal

wonderspreukig, schijnbaar tegenstrijdig

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Paradoxaal

bn. bw., van den aard van een paradox: het klinkt paradoxaal.

1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

paradoxaal

wonderspreukig, schijnbaar ongerijmd door tegenstrijdigheid.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

paradoxaal

bn., bw. (paradox 2): een paradoxale bewering; hij sprak paradoxaal.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

paradoxaal

paradoxaal - strijdig met de heerschende meening; wonderspreukig.

1908
2022-12-04
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Paradoxaal

wonderspreukig.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Paradoxaal

Paradoxaal bn. paradox : het klinkt paradoxaal.