Wat is de betekenis van Paradox?

2021
2021-12-03
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Paradox

Een paradox is een schijnbare tegenstrijdigheid. Deze tegenstrijdigheid lijkt in eerste instantie in te gaan tegen het gevoel van iemands logica, verwachting of intuïtie en soms berust deze op een denkfout. Tevens is een paradox een belangrijk stijlfiguur in de taal waarbij de uitspraak in eerste instantie juist logisch lijkt, maar bij nader inzien...

Lees verder
2018
2021-12-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paradox

paradox - zelfstandig naamwoord uitspraak: pa-ra-dox 1. uitspraak die met zichzelf in tegenspraak lijkt te zijn ♢ 'niets hebben en toch alles bezitten' is een paradox Zelfstandig naamwoord: pa-ra-dox de paradox...

Lees verder
2017
2021-12-03
Jules Grandgagnage

Schrijver, vertaler

Paradox

Een paradox (Grieks para (tegen) doxa (geloof, verwachting) : is een schijnbare tegenspraak. De oudst bekende paradox is de volgende: "Spreekt een Kretenzer die beweert dat alle Kretenzers leugenaars zijn de waarheid?" Wat je ook antwoordt, ja of nee, je botst op een tegenspraak.

1994
2021-12-03
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Paradox

[Lat. en Gr. paradoxos = tegen verwachting] schijnbare tegenstrijdigheid (in een gezegde).

1993
2021-12-03
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Paradox

(paradoks) schijnbare tegenstrijdigheid; schijnbaar tegenstrijdig

1992
2021-12-03
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Paradox

Etymologisch: in strijd met onze overtuiging. Met volbloedparadoxen, die de basis van de logica raken, hebben we te maken wanneer een voor de logica benodigde uitspraak zowel bewezen als weerlegd kan worden. Wanneer dergelijke paradoxen van zuiver logische of wiskundige termen afhangen spreken we van logische of verzamelingstheoretische paradoxen (...

Lees verder
1955
2021-12-03
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Paradox

schijnbare tegenstrijdigheid; tegen het algemeen gevoelen indruisende mening; wonderspreuk.

1954
2021-12-03
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Paradox

een schijnbare tegenstrijdigheid; een gezegde of een verschijnsel, dat anders is dan men bij voorbaat zou verwachten.

1952
2021-12-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Paradox

s., wûnderspreuk, paradoks.

1950
2021-12-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Paradox

(<Pr.<Lat.), I. zn. v. (-en), uitspraak die niet overeenstemt met de gangbare mening; bij uitbr. stelling of uitspraak die schijnbaar ongerijmd is, doch bij nader onderzoek waar blijkt te zijn, b.v. niets hebbende, alles bezittende (Paulus); — (nat.) de hydrostatische paradox, de stelling dat de drukking van een vloeistofk...

Lees verder
1949
2021-12-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Paradox

ogenschijnlijk ongerijmde stelling, die toch niet onjuist blijkt te zijn.

1948
2021-12-03
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

paradox

v. wonderspreukig gezegde, dat een schijnbare tegenstrijdigheid bevat.

1939
2021-12-03
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Paradox

Elke bewering, mits tegengesteld aan de verwachte.

1939
2021-12-03
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Paradox

(< Gr. adj. = er bij langs; = verwachting). Math. gebruikt zowel voor schijnbare (dus oplosbare) tegenstrijdigheid, b.v. de paradox van Poncelet (1788—1867), als voor een (bij handhaving van de ingevoerde begrippen) onoplosbare tegenstrijdigheid b.v. de paradox van Russell (geb. 1872). Het woord komt ook als adj. voor en is dan synoniem me...

Lees verder
1937
2021-12-03
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

paradox

Fr. paradoxe, Gr.-Lat. paradoxum van Gr. para = tegen + doxe = mening 1. v. paradoxen (wonderspreuk; schijnbare tegenstrijdigheid; stelling, uitspraak, niet overeenstemmend met de gangbare mening, ogenschijnlijk ongerijmd): Multatuli’s paradoxen; 2. bn., bw. (wonderspreukig; als een paradox klinkende): paradoxe stellingen.

Lees verder
1933
2021-12-03
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Paradox

oogenschijnlijk ongerijmde tegenstelling, die een waarheid bevat.

1933
2021-12-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Paradox

(< Gr. para = tegen; doxè = meening), 1° Een stijlfiguur, waardoor de aandacht op een diepe waarheid getrokken wordt door ze in schijnbaar tegenstrijdige woorden te uiten. Bijv. St. Paulus: Niets hebbende, alles bezittende; Shakespeare: Zoo winnen wij, verliezend ons gebed. v. d. Eerenbeemt. 2° Een wiskundige p. verkrijgt men bij...

Lees verder
1925
2021-12-03
Wijsgeerige kunsttermen

Dr. C.J. Wijnaendts Francken

paradox

Een bewering, die indruischt tegen de geldige leer of de heerschende meening en die daardoor wèl zeer onwaarschijnlijk schijnt, nu zij in strijd is met wat algemeen als juist wordt aangenomen, maar die daarom nog allerminst onjuist behoeft te wezen, aangezien ook dwalingen algemeen verbreid kunnen zijn.

1923
2021-12-03
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Paradox

in strijd met wat men zou menen, van Trapa, naast en S6^x, mening. P. van Neisser-Wechsberg, zie Prozone-effect. Paradoxe contractuur (C. Westphal), de tonische samentrekking van de m. tibialis anterior, die men kan verwekken, als men deze spier plotseling ontspant door de voet omlaag te buigen. Paradoxe diarrhoea, buikloop die het gevolg is van ve...

Lees verder
1916
2021-12-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Paradox

Paradox, - Gr. paradoxon, technische term in de Stoïsche philosophie voor een ongerijmd klinkende stelling, die bij nader onderzoek juist blijkt te zijn. Cicero’s Paradoxa (46 v. C.) zijn een rhetorische uiteenzetting van 6 dergelijke Stoïsche leerstellingen. — (Wisk.) In de wiskundige logica heeft men de paradox van Russel: de verzameling van alle...

Lees verder