Wat is de betekenis van pantoffel?

2020
2021-06-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

pantoffel

Het begrip pantoffel heeft 2 verschillende betekenissen: 1) schoeisel voor in huis. gemakkelijk zittend stuk schoeisel met bovenwerk van een zacht materiaal, dat in huis wordt gedragen voor comfort en om de voeten warm te houden. 2) sportschoen.

Lees verder
2020
2021-06-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

pantoffel

(2016) (euf. of sch.) vrouwelijk geslachtsdeel. • Maar er is geen equivalent voor “dat wat meisjes hebben”. Een vagina? Hallo, we zijn niet bij de gynaecoloog. Een Kaaaa-uuuu-teeeee dan? Nee, te grof. Flamoes, frotje, mossel, muts, pantoffel? Nope. Poes dan? “Wil je de poes aaien?” Ook maar niet. (Roos Schlikker: We rom...

Lees verder
2018
2021-06-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pantoffel

pantoffel - zelfstandig naamwoord uitspraak: pan-tof-fel 1. lichte schoen voor in huis ♢ als ik thuiskom, doe ik mijn pantoffels aan Zelfstandig naamwoord: pan-tof-fel de pantoffel de pa...

Lees verder
1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pantoffel

[→Fr.], v./m. (-s), schoeisel met laag bovenwerk, dat men gemakkelijk aanen uitschiet, om in huis te dragen, muil: lederen pantoffels; (zegsw.) hij staat, zit onder de -, hij laat zich door zijn vrouw regeren; het op zijn pantoffeltjes af kunnen, het niet druk hebben. (e) Oorspronkelijk was de pantoffel een schoen met kurken zool die in de 15e...

Lees verder
1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pantoffel

s., pantoffel; onder dezitten, ûnder 'e kwint, knip, plak sitte, stedskyn wêze, thúslizzer wêze, mei in knip yn 'e fleugel farre.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pantoffel

(<Fr.), v. (-s), 1. schoeisel met laag bovenwerk, vooral door vrouwen gedragen, huisschoen; muil; — (fig.) hij staat, zit onder de pantoffel, hij laat zich door zijn vrouw regeren; — de pantoffel kussen, onder de pantoffel zitten; — het op zijn pantoffeltjes afkunnen, het niet druk hebben; — (Zuidn.)...

Lees verder
1939
2021-06-22
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Pantoffel

Zwaard van Damoclès voor held op sokken.

1919
2021-06-22
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Pantoffel

mnl. pantoffel en pantoeffel, uit fra. pantoufle. Vermoedelijk is dit ontleend aan ’t ngrie. pantophellos, dat: geheel van kurk bet., dus oorspr. (licht) schoeisel met kurken zool. Dikwijls afgekort tot toffel, waarvan weder toffelen (met een pantoffel) slaan. Van pantoffel komt pantoffelen = langzaam (als op pantoffels) loopen, wandelen; in...

Lees verder
1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pantoffel

Pantoffel v. (-s), eene soort van schoeisel, met laag bovenwerk, vooral door vrouwen gedragen, huisschoen; muil; — (fig.) hij staat, zit onder de pantoffel, hij laat zich door zijne vrouw regeeren; — de pantoffel kussen, onder de pantoffel zitten; — het op zijne pantoffeltjes afkunnen, het niet druk hebben; — (plantk.) pa...

Lees verder