Wat is de betekenis van Paniek?

2018
2022-12-07
Anneke van Schie

Voormalig eigenaar/directeur Uitgeverij Kavanah

Paniek

Extreem verhoogd activeringsniveau en ongerichte aandacht, gekoppeld aan een verwachte (niet-specifieke) bedreiging voor de patiënt zelf of significante relaties.

2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paniek

paniek - zelfstandig naamwoord uitspraak: pa-niek 1. plotselinge grote schrik ♢ toen er brand uitbrak, raakte iedereen in paniek Zelfstandig naamwoord: pa-niek de paniek

Lees verder
1998
2022-12-07
Medische Eponiemen

T.Beijer en C.G.L.Apeldoorn, Woordenboek van medische eponiemen

paniek

plotselinge, algemene en hevige schrik of angst, veroorzaakt door een reëel of verondersteld gevaar. Het eponiem dankt zijn naam aan de herdersgod Pan, die de Perzen in de slag bij Marathon (490 v. Chr.) een panische schrik op het lijf joeg. In het noorden van de Peloponnesus, het bosrijke, idyllische Arcadië, heerste Pan over de ruige s...

Lees verder
1997
2022-12-07
Bijbelse eponiemen

Dr. Apeldoorn en Dr. Beijer

Paniek

Plotselinge, algemene en hevige schrik of angst, veroorzaakt door een reëel of verondersteld gevaar. Het eponiem dankt zijn naam aan de herdersgod Pan, die de Perzen in de slag bij Marathon (490 v. Chr.) een panische schrik op het lijf joeg, zodat ze op de vlucht sloegen. In het noorden van de Peloponnesus, het bosrijke, idyllische Arcadi&eum...

Lees verder
1993
2022-12-07
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Paniek

plotselinge angst

1980
2022-12-07
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Paniek

Het eigenaardige is, dat wij het zelfstandig naamwoord paniek aan het Franse panique hebben ontleend, maar het er bij behorende bijvoeglijk naamwoord panisch aan het Duits. In beide woorden zit het Griekse woord Pan, de naam die de góden gaven aan de zoon van Hermes, de kleine bosgod met zijn bokspoten en horens, omdat zijn aanblik hen allen...

Lees verder
1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

paniek

[Gr. panikon deima, de plotselinge schrik bij de verschijning van Pan], v., plotselinge radeloze schrik of angst die mensen, collectief of individueel wegens een wezenlijk of verondersteld gevaar bevangt: in paniek raken.

1955
2022-12-07
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Paniek

plotselinge algemene schrik en verbijstering

1954
2022-12-07
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Paniek

acute angsttoestand (zie aldaar) met verwardheid en motorische onrust.

1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Paniek

(<Fr.), v., plotselinge en algemene angst: door een loos brandalarm ontstond er een paniek, waarbij velen onder de voet geraakten; er kwam een paniek in het leger; er heerste heden een paniek aan de beurs (inz. in de fondsenhandel), ieder zocht te verkopen.

1948
2022-12-07
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

paniek

v. plotselinge en algemene schrik; verwarring.

1939
2022-12-07
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Paniek

Ongelijke uiting van gelijk verlangen.

1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

paniek

v. panieken (Fr. panique [Gr. panikos = van Pan]: algemene, plotselinge [ongegronde] angst of verslagenheid): er was een paniek in het leger; er kwam een paniek aan de beurs.

1933
2022-12-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Paniek

panische schrik, die den mensch het hoofd doet verliezen (ingeboezemd door god Pan b/d oude Grieken).

1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

paniek

(pa'ni:k) v. (-en) [Pan] plotselinge, algemene, al of niet gegronde schrik : de menigte werd door een bevangen; er ontstond een aan de beurs.

1922
2022-12-07
Wetenswaardig Allerlei

Wetenswaardig Allerlei door T. Pluim, uitgave 1922

Paniek

Een plotselinge schrik of hevige ontsteltenis, die een grote menigte met geweld aangrijpt, noemt men een paniek of panische schrik, bijvoorbeeld in een schouwburg als er brand! wordt geroepen; op de beurs, als een grote firma onverwacht failliet gaat, enz. De uitdrukking stamt af van Pan, de Griekse god van het vee en de bossen. Hij had een afzicht...

Lees verder
1921
2022-12-07
Levende taal

T. Pluim - 1921

Paniek

plotselinge schrik en angst, die ieder aangrijpt; bijv. als in een volle zaal „brand!” wordt geroepen. Ook wanneer op de beurs plotseling verontrustende tijdingen binnenloopen, ontstaat er een paniek: het vertrouwen is geschokt en ieder wil verkoopen, zoodat de effecten snel in koers dalen. Het woord is afgeleid van Pan, den Griekschen...

Lees verder
1914
2022-12-07
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

paniek

paniek - v., plotselinge algemeene schrik en verbijstering.

1910
2022-12-07
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Paniek

Paniek - een algemeene schrik en vrees, een angst, die plotseling iedereen overweldigt. Een paniek in den handel, op de beurs, is een algemeene ontsteltenis ten gevolge van schokkende gebeurtenissen als: de val van een groot koopmanshuis, een oorlog, een aarbeving of andere groote ramp.

1908
2022-12-07
Vivat

Schrijver op Ensie

Paniek

schrik en angst, die iedereen aangrijpt; zie Pan.