Synoniemen van Pand

2019-09-15

Pand

Vorm van zekerheidstelling waarbij roerende zaken als zekerheid dienen.

2019-09-15

pand

pand - zelfstandig naamwoord 1. deel van een kledingstuk ♢ op de panden van zijn jas zat modder 2. waar je in kunt wonen of werken ♢ het pand is in de Vondelstraat Zelfstandig naamwoord: pand het pand de panden het pandje Synoniemen gebouw

Lees verder
2019-09-15

Pand

Een pand is een kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is

2019-09-15

Pand

Beperkt zekerheidsrecht op niet-registergoederen.

2019-09-15

Pand

Pand, - zie PANDRECHT.

2019-09-15

Pand

zie Pandbeslag en Pandregt.

2019-09-15

Pand

Pand - een recht, dat de schuldeischer verkrijgt op een roerende zaak, die de schuldenaar hem, of een ander in zijn naam, tot zekerheid der schuld heeft ter hand gesteld, en dat aan den schuldeischer de bevoegdheid geeft, om zich bij voorkeur boven de andere schuldeischers uit die zaak te doen betalen, met uitzondering van de kosten van uitwinning en van de onkosten, die na de inpandgeving, tot behoud van de zaak gemaakt zijn en welke den voorrang zullen hebben. B. W. artt. 1196 tot 1207. Ook: h...

Lees verder
2019-09-15

Pand

zie Onderpand.

2019-09-15

pand

pand - Delen van een kledingstuk die verticaal worden ingezet en meestal aan twee kanten worden vastgenaaid, of stroken stof die bovenaan het kledingstuk worden vastgemaakt en los kunnen hangen.