Wat is de betekenis van paling?

2020
2021-10-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

paling

aal. lange, slangachtige vis met een slijmerige, gladde huid, kleine borstvinnen, een lange rugvin die de gehele staart omzoomt en tot de aarsvin reikt, kleine kieuwopeningen en een bovenkaak die korter is dan de onderkaak; aal. Wordt soms in engere zin gebruikt voor volwassen aal oftewel schieraal. Voorbeelden: Er is maar &ea...

Lees verder
2020
2021-10-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

paling

1) (19e eeuw) (spot.) lang, mager persoon. Men zegt vaak 'zo dun als een paling'. • Paling. Een mager mensch. (Leonard Lodewijk de Bo: Westvlaamsch Idioticon. 1870-73) • In Nieuwerschans daar was een meid Een levend spook van magerheid Een lange dunne rariteit Een paling van een meid. (George Hofmann & Frans Boogaert: Jan Pommeran...

Lees verder
2018
2021-10-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paling

paling - zelfstandig naamwoord uitspraak: pa-ling 1. lange, glibberige, dunne vis ♢ de paling kronkelde aan de haak van de visser Zelfstandig naamwoord: pa-ling de paling de palingen...

Lees verder
2016
2021-10-21
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

paling

Geslachtsrijpe aal. Hoewel paling eigenlijk een eenvoudige vissoort is, mag men hem tegenwoordig rekenen tot de ‘duur -dere’ soorten, omdat de inkoopprijzen voor paling zeer sterk gestegen zijn. Veel palingen worden ingevoerd vanuit bijvoorbeeld Zweden en Ierland

1982
2021-10-21
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

PALING

→ Trekvissen.

1973
2021-10-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

paling

m. (-en), 1. (ook: aal), Anguilla anguilla, een zoetwatervis uit de familie palingen (Anguillidae), inheems in Europa en Noord-Afrika, zeer gewaardeerd als voedselvis (e): een — vangen, stropen; als stofn.: — in het zuur; 2. (fig.) lang en mager persoon; 3. (gew.) gewiekste, gladde kerel; — in het groen, gestoofde paling met ker...

Lees verder
1972
2021-10-21
ABC van de Hengelsport

Schrijver op Ensie

Paling

Paling - Deze bekende vis valt in al onze wateren aan te treffen. De grootste exemplaren waarschijnlijk in plassen, meren en rivieren. Ook in de polder heb ik echter flinke exemplaren bemachtigd. De paling (Anguilla anguilla) is een rover van nature, die zich graag tegoed doet aan de kuit van andere vissen en ook het levende of dode visje niet vers...

Lees verder
1958
2021-10-21
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

PALING

(Fr.: iel). Grote aal wordt vaak (maar niet steeds!) P. genoemd, zie Aal, IJselmeervisserij.

1952
2021-10-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Paling

s., iel, skiere iel; bruine —, reade iel; lichtrode —, glimmer; middelgrote —, pink(e); trekkende —, ridiel; — die niet direct naar zee trekt, dwelmer.

1950
2021-10-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Paling

I. m. (-en) en v. (als stofn.), 1. slangvormige vis (Anguilla anguilla), die nagenoeg alle zoete wateren van Europa bewoont: zo glad als een paling; paling in t zuur; — (Zuidn.) paling in ’t groen, gestoofde paling met kervelsaus; — paling steken, zie Palingsteken; — (f...

Lees verder
1949
2021-10-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Paling

zie Aal en Palingvissen.

1933
2021-10-21
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Paling

→ Aal.

1933
2021-10-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Paling

→ Aal.

1916
2021-10-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Paling

Paling - is de naam, die algemeen aan de groote naar zee trekkende exemplaren van de aal wordt gegeven, Ten onrechte houden vele visschers den paling voor een afzonderlijke vischsoort.

1898
2021-10-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Paling

Paling - m. (-en), (v. gmv. als stofn.) welbekende roofzuchtige, slangvormige visch (anguilla vulgaris), die nagenoeg alle zoete wateren van Europa bewoont: paling is grooter, vetter, spitser van kop, bruiner van kleur en lichter aan den buik dan de aal; paling in ’t zuur; paling steken, paling vangen; (fig.) paling vangen, door het ijs zakke...

Lees verder
1898
2021-10-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Paling

zie Aal.

1870
2021-10-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Paling

zie Aal