Wat is de betekenis van paleis?

2018
2022-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paleis

paleis - zelfstandig naamwoord uitspraak: pa-leis 1. woning van de koning(in) ♢ de koningin woont op paleis Soestdijk Zelfstandig naamwoord: pa-leis het paleis de paleizen ...

Lees verder
2005
2022-01-24
Lexicon van het Koninklijk Huis

Auteur: F.J.J. Tebbe

paleis

Benaming voor een vorstelijke residentie en voor een representatief openbaar gebouw of monumentaal stadswoonhuis van een aanzienlijke familie of geestelijk hoogwaardigheidsbekleder. Het begrip werd voor het eerst gebruikt voor Romeinse keizerlijke gebouwen op de Monte Palatino. Het onderscheid tussen kasteel en paleis is niet altijd even scherp; ee...

Lees verder
1990
2022-01-24
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

paleis

paleis - Wordt gebruikt voor de vaak grote en imposante officiële residenties van vorsten of andere hoogwaardigheidsbekleders. Gebruik 'herenhuizen' voor grote statige woningen die geen officiële residenties zijn.

1973
2022-01-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

paleis

[Fr.], o. (-leizen), 1. gebouw dat tot woning dient voor een vorstelijk persoon; vorstelijk verblijf: het oude paleis aan het Noordeinde; het koninklijk paleis; officiële woning van een aartsbisschop; bij vergelijking: huizen als paleizen; vandaar (fig.) zijn huis is een paleis, het is groot en kostbaar ingericht; 2. aanzienlijk gebouw met ee...

Lees verder
1962
2022-01-24
Archeologische Encyclopedie

Alles over Archeologie

Paleis

Z. Palatijn; Architectuur. Typerend voor het oude Nab. O. zijn de grote paleiscomplexen met verscheidene binnenhoven; het schijnt dat het aantal van deze hoven willekeurig was en het paleis dus naar verschillende richtingen kon worden uitgebreid door een nieuwe hof met vertrekken er omheen aan het geheel toe te voegen. De paleizen hebben een...

Lees verder
1952
2022-01-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Paleis

s.n., paleis (it).

1950
2022-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Paleis

(<Fr.), o. (...zen), 1. gebouw dat tot woning dient voor een koning of ander vorst, vorstelijk verblijf: het koninklijk paleis; — officiële woning van een aartsbisschop; — (fig.) zijn huis is een paleis, het is groot en kostbaar ingericht. 2. aanzienlijk gebouw met een publieke bestemming: paleis van justitie, p...

Lees verder
1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

paleis

o. paleizen (Fr. palais [Lat. palatium]: eig. woning van keizer Augustus op de Palatinus: 1 vorstelijk verblijf; officiële woning van een [aarts]bisschop; 2 groot, weids gebouw): 1 het paleis des konings; 2 het paleis van justitie, gerechtsgebouw of paleishof; het paleis voor Volksvlijt te Adam; het paleis op de Dam, eig. raadhuis van Jacob v...

Lees verder
1933
2022-01-24
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Paleis

Groote vorstenwoning. De naam komt van den Mons Palatinus te Rome, den heuvel, waarop de caesaren hun woningen bouwden. Het p. komt in het bijzonder tot ontwikkeling in perioden met een sterk centraal vorstengezag; in tegenstelling met de overwegend religieus georiënteerde culturen (Egypte, Griekenland, onze M.E.). Zoo zijn uit de Oudheid bela...

Lees verder
1898
2022-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Paleis

Paleis - o. (...zen), gebouw dat tot woning dient voor een koning of ander vorst, vorstelijk verblijf: het koninklijk paleis; officieele woning van een aartsbisschop; uitgestrekt en fraai ingericht gebouw : paleis van justitie, paleis voor volksvlijt; (fig.) zijn huis is een paleis, het ziet er zeer rijk bij hem uit.