Wat is de betekenis van pakket?

2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pakket

pakket - zelfstandig naamwoord uitspraak: pak-ket 1. wat ingepakt is ♢ de postbode bracht een pakketje Zelfstandig naamwoord: pak-ket het pakket de pakketten ...

Lees verder
2017
2022-09-26
Beursspeculanten

Jargon & Slang van Beursspeculanten

Pakket

Pakket - een aantal aandelen.

1993
2022-09-26
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Pakket

klein pak; samenhangend geheel

1990
2022-09-26
BDI

BDI terminologie

pakket

1. op een speciale functie gericht programma of combinatie van programma’s in standaarduitvoering in de handel gebracht. - programmapakket. 2. groep van bits die, voorzien van een label met adres van bestemming, als een eenheid over een datacommunicatienetwerk wordt verzonden.

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pakket

o. (―ten), klein pak, m.n. een dat gereedgemaakt is ter verzending door de posterijen: pakketten zonder, met aangegeven waarde; bundel: een pakket brieven; een aantal tussen twee platen gevoegde stukken ijzer die samen gehard of gewalst worden; (oneig.) groep bij elkaar behorende of op elkaar betrokken zaken of begrippen: een pakket maatregelen;...

Lees verder
1950
2022-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pakket

o. (-ten), klein pak, inz. bij de posterijen: pakketten zonder, met aangegeven waarde.

1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pakket

o. pakketten (Fr. pacquet: klein pak inz. bij de post); z. postpakket en paket.

1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

pakket

I (pak'ket) o. (-ten; -je) [Fr.] klein pak inz. bij de posterijen : -ten zonder, met aangegeven waarde; post-. II (pak'ket) m. en v. verkorting van pakketboot.

Lees verder
1914
2022-09-26
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pakket

pakket - o., pakje, bundel; pakketboot.

1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pakket

Pakket - o. (-ten), klein pak, inz. bij de posterijen : pakketten zonder, met aangegeven waarde. PAKKETJE, o. (-s).

1864
2022-09-26
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Pakket

Pakket, o. (ten), klein pak. *-, v., *-BOOT, v. (-en), beurtschip, postschip (inz. naar Engeland). *-VAART, v. pakketbootendienst.

Lees verder