Wat is de betekenis van pact?

2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pact

pact - zelfstandig naamwoord 1. officiële overeenkomst tussen twee of meer landen ♢ Rusland en Amerika hebben een pact gesloten Zelfstandig naamwoord: pact het pact de pacten Synoniemen confed...

Lees verder
1993
2021-01-17
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Pact

(pakt) overeenkomst; verdrag

1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pact

(<Lat.) o. (-en), afspraak, overeenkomst, verdrag, verbond.

1949
2021-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Pact

zie Verdrag.

1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Pact

Pact - o. (-en), PACTUM, o. (pacta), verdrag; verbond, verbintenis; familie-verbond; (ook) verbond met den booze.