Wat is de betekenis van Paarden?

2005
2022-12-07
Lexicon van het Koninklijk Huis

Auteur: F.J.J. Tebbe

paarden

Als symbool van kracht en vitaliteit past het paard in het beeld van koninklijke waardigheid. De koninklijke Stallen herbergen per traditie niet alleen koetspaarden, maar ook rijpaarden voor de leden van het Koninklijk Huis. Van onder anderen koning Willem II, koningin Wilhelmina en koningin Beatrix is bekend dat zij fervente paardenliefhebbers war...

Lees verder
1982
2022-12-07
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

PAARDEN

Gedomesticeerde viervoetige rij-, last- en trekdieren. In Zeeland heeft het paard steeds in hoog aanzien gestaan. Willem van Beieren, o.a. Graaf van Zeeland, verplichtte in 1356 de Middelburgse schepenen een hengst te houden, ‘ter waerden van tien scilden (f 108,—) ende niet daer beneden’. In de middeleeuwen en later waren...

Lees verder
1970
2022-12-07
Encyclopedie van het dierenrijk

Schrijver op Ensie

Paarden

Familie: Equidae Paarden (Asinus, Equus) Bij de echte paarden, zebra’s en ezels is slechts de middelste teen aan iedere voet behouden en door een stevige hoef bedekt. De oerpaarden of przewalskipaarden, de voorouders van onze huispaarden, bewoonden in de Ijstijd in ontelbare aantallen en kudden de steppen en toendra’s van Middenen Zuidw...

Lees verder
1950
2022-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Paarden

(paardde, heeft gepaard), 1. (een vaartuig) door paarden laten voorttrekken. 2. (Zuidn.) van paarden voorzien: een hoeve paarden. 3. (Zuidn.) (onoverg.) werken als een paard.

Lees verder
1950
2022-12-07
ensie 1950

Ensie deel 7, uitgegeven in 1950. Onder redactie van Gerrit Krediet, Jan Baert, Jac. Bot, Salomon Kleerekoper.

Paarden

Anatomisch onderscheidt zich het paard met de andere tot de Equidae behorende soorten, nl. de ezels, halfezels en tijgerpaarden, van alle andere thans levende dieren door het feit, dat elke voet slechts één teen bezit. Deze bijzonderheid vormt een der grondslagen van de geschiktheid van het paard als arbeidsdier. De fossiele vormen va...

Lees verder
1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

paarden

('pa:rdən) (paardde, heeft gepaard) door een of meer paarden laten voorttrekken : een vaartuig -.

1914
2022-12-07
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

paarden

paarden, - o. mv., touwen, die in bochten langs de rand van zeilschepen hangen en waarop de matrozen steunen bij ’t bergen der zeilen.

Lees verder
1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Paarden

Paarden - (paardde, heeft gepaard), (een vaartuig) door paarden laten voorttrekken; (Zuidn.) eene hoeve paarden, van paarden voorzien; — (gew.) iem. aansporen, aanporren.

Lees verder
1870
2022-12-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Paarden

Paarden (Equidae, Solidungula) is de naam eener familie der zoogdieren, welke slechts één geslacht telt, hetwelk paard (Equus L.) wordt geheeten. Dit geslacht omvat groote dieren met ongespletene hoeven, 6 snijtanden en 12 kiezen in iedere kaak, terwijl de mannelijke dieren daarenboven 2 hoektanden (wolftanden) hebben, kort, digt haar, dat aan den...

Lees verder
1864
2022-12-07
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Paarden

Paarden, bw. gel. (ik paardde, heb gepaard), (een vaartuig) door paarden laten voorttrekken. *-ARBEID, m., *-WERK, o. gmv. het werk van een paard; (fig.) hij doet -, hij werkt hard, slooft zich af. *-ARTS, *-DOCTOR, m. (-en), veearts. *-ARTSENIJ, v. (-en), middel tegen paardenziekte. -KUNDE, v. gmv. -SCHOOL, v. (...olen). *-BEK, m. (-ken). *-...

Lees verder