Wat is de betekenis van Paalworm?

1958
2020-10-31
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

PAALWORM

In zee levende mosselsoort, die zich in het hout van palen, aanlegsteigers, schepen enz. boort; heeft 1730-40 grote verwoestingen aangericht aan de Fr. zeewering. Men zag er (als in de rundveepest) de straffende hand Gods in. Verschillende, soms lijvige, werken verschenen o.a. van W. v. Assen, R. B. en B. v. Gelder (1734).

Lees verder
1949
2020-10-31
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Paalworm

weekdieren, leven in zee. Kleine schelp alleen om het voorste deel van het langgestrekte worm vormige, door een mantel omgeven lichaam. De schelpkleppen zijn van richels voorzien, die niet al te hard hout kunnen uitvijlen. De P. werkt zich al borende dieper het hout in, dat door talrijke gangen doorwoekerd wordt. Landingssteigers, sluisdeuren, sche...

Lees verder
1937
2020-10-31
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Paalworm

Een weekdier, dat in zee leeft en gangen boort in het hout van schoeiingpalen, meerpalen en scheepswanden, om zich met dat hout te voeden. In de 18de eeuw hield men bidstonden om bescherming tegen den paalworm af te smeeken. Men zegt, dat het hout van de schepen van Columbus, zoodanig door paalworm was beschadigd, dat het op een bijenraat geleek.Er...

Lees verder
1933
2020-10-31
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Paalworm

(Teredo navalis), in zee levende mosselsoort van de orde der bladkieuwigen, die zich in het hout van scheepsrompen en allerlei paalwerk boort. Romp wormvormig, schelpen klein en met fijne tandjes, waarmee de paalworm in het hout lange gangen boort, welke worden bekleed met een door de huid afgescheiden kalklaag. De larven bezitten een ronde, twee-k...

Lees verder
1916
2020-10-31
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Paalworm

Paalworm, - Teredo navalis, een mossel van eenigszins wormvormige gedaante en zeer kleine schelpen, die talrijke zeer fijne tandjes dragen; door het beurtelings openen en sluiten der schelpen kan het dier in houtwerk lange gangen boren, welke het aan de binnenzijde met een laagje kalk bekleedt. Dergelijke gangen kunnen voor zeeweringen, enz. zeer g...

Lees verder
1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Paalworm

Paalworm - m. (-en), wormachtig tweespierig schelpdier (teredo), tot de familie der boorschélpdieren (pholaden) behoorende, dat aan het vooreinde een paar kogelvormige schelpen draagt, waarmede het in palen en schepen de grootste verwoestingen aanricht; inz. de verwoestende paalworm (T. navalis). •

1870
2020-10-31
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Paalworm

Paalworm, zie Poorschelpen.

Gerelateerde zoekopdrachten