Wat is de betekenis van Overaltegenwoordig?

1950
2022-10-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Overaltegenwoordig

bn., alomtegenwoordig.

1937
2022-10-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

overaltegenwoordig

bn. (alomtegenwoordig); overaltegenwoordigheid , v.: de overaltegenwoordigheid Gods.

Lees verder
1898
2022-10-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Overaltegenwoordig

Overaltegenwoordig bn. alomtegenwoordig. OVERALTEGENWOORDIGHEID, v.

Gerelateerde zoekopdrachten