Wat is de betekenis van Outrage?

2024-04-23
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Outrage

[Fr., van OFr. ultrage, van Lat. ultra = naar gene zijde, verder; zie ultra-] zware smaad, grove belediging.

2024-04-23
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Outrage

smadelijke belediging

2024-04-23
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Outrage

smaad, hoon, zware belediging; les outrages of l’outrage du temps, de tand des tijds; outrage à qc., vergrijp tegen iets; faire outrage à, schenden, kwetsen, zich vergrijpen aan, zondigen tegen.

2024-04-23
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

outrage

I. beledigen, schenden, met voeten treden, geweld aandoen; III. smaad; aanranding, vergrijp, belediging, gewelddaad, schennis; aanslag.

2024-04-23
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

outrage

(Fr.) v. grove, smadelijke belediging.

2024-04-23
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

outrage

outrage - v., smadelijke beleediging.

2024-04-23
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Outrage

Outrage (Fr.), v. (-s), zeer grove beleediging, smaad, hoon.

2024-04-23
Beknopt kunstwoordenboek

I.M. Calisch (1864)

outrage

outrage - v. (outragen), zeer grove beleediging