Wat is de betekenis van Oscilleren?

1994
2022-08-14
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Oscilleren

[Lat. oscillare = schommelen, van oscillum = klein masker of poppetje (verklw. van os = mond) aan boom gehangen, waar het schommelend heen en weer bewoog] slingeren, trillen.

1993
2022-08-14
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Oscilleren

trillen; schommelen

1973
2022-08-14
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

oscilleren

(oscilleerde, heeft geoscilleerd), slingeren, schommelen, zich bewegen om een vast punt (oscillator); ook met betrekking tot een voortdurend toeen weer afnemen van de intensiteit van een verschijnsel. oscillerende reeks, reeks met oneindig veel termen u1 + u2 + ..., waardoor de rij = S1 = u1, s2 = u1j + u2, ... van de partiële sommen geen lim...

Lees verder
1950
2022-08-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Oscilleren

(oscilleerde, heeft geoscilleerd), (<Fr.), slingeren, schommelen, zich bewegen om een vast punt; ook met betr. tot een voortdurend toe- en weer afnemen van de intensiteit van een verschijnsel; — (stoomw.) oscillerende machine, waarbij de cylinder om tappen kan schommelen, om de zuigerstang de beweging van de krukpen te laten volgen.

1949
2022-08-14
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Oscilleren

(Lat. oscilláre = schommelen; oscillum = masker of poppetje dat bij sommige plechtigheden in een boom werd opgehangen en daar dan heen en weer schommelde; dem. v. os = gelaat, masker). Heen en weer gaan, slingeren, trillen.

1949
2022-08-14
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Oscilleren

(wisk.), driepuntig raken.

1948
2022-08-14
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

oscilleren

zie genereren.