2019-09-16

O's

O's - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord O

Lees verder
2019-09-16

os

Gecastreerde of besneden stier. Het vlees van de os geld als bijzonder goed en wordt dan ook veel culinair verwerkt.

2019-09-16

os

Ook: beuk, beul, bunker, dijk Zeer sterke hand.

Lees verder
2019-09-16

OS

→ Olympische Spelen

2019-09-16

OS

(mv.) SP - Olympische Spelen (groot mondiaal vierjaarlijks sportevenement)

2019-09-16

os

os - zelfstandig naamwoord 1. gecastreerde stier ♢ in de kerststal staan een os en een ezel 1. slapen als een os [heel diep en vast] Zelfstandig naamwoord: os de os de ossen het osje

Lees verder
2019-09-16

OS

(mv.) sp - Olympische Spelen (groot, mondiaal, vierjaarlijks sportevenement)

2019-09-16

Os

Os m. (-sen), gesneden rund van het mannelijk geslacht; jonggesneden stier of bul, dien men vetmest of als trekdier gebruikt; wilde os, een os, welke bij troepen in Litthauen gevonden wordt; — (fig.) domoor, ezelskop; hij is een domme os, zoo dom als een os, een rechte os, hij is zeer dom; — hij slaapt als een os, hij slaapt bijzonder vast; — (Zuidn.) een zuur, norsch, onvriendelijk mensch; — (spr.) van den os op den ezel springen, van den hak op den tak springen; — de ossen achter den...

Lees verder
2019-09-16

Os

Os, - zie RUND.

2019-09-16

Os

Os (Van). Onder dezen naam vermelden wij eenige Nederlandsche kunstenaars, namelijk: Jan van Os, geboren in 1744, te Middelharnis op het eiland Flakkee. Hij oefende zich te ’s Gravenhage in de schilderkunst en muntte vooral uit door het schilderen van bloem- en vruchtstukken, terwijl ook zijne riviergezigten grooten lof verdienen. Hij beoefende tevens de dichtkunst en was medebestuurder van het genootschap: „Kunstliefde spaart geen vlijt”, terwijl één zijner verzen door „Studium scient...

Lees verder
2019-09-16

os

os - o., mond ; been.