Wat is de betekenis van opzwellen?

2024-05-28
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-28
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

opzwellen

opzwellen - onregelmatig werkwoord uitspraak: op-zwel-len 1. dikker worden of bol gaan staan ♢ de zere arm is behoorlijk gaan opzwellen 1. opzwellen van trots [heel erg trots zijn] O...

2024-05-28
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Opzwellen

v., opswolle, -tinne, -sette, -protte, -protsje, (út)tine; opgezwollen, forbolgen.

2024-05-28
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Opzwellen

(zwol op, is opgezwollen), 1. door zwellen uitzetten, in omvang toenemen of bol gaan staan: zijn gezicht, zijn arm zwelt op ; een opgezwollen buik; — oneig.: opzwellen van trots, van boosheid, uitermate trots, boos worden; 2. zwellende rijzen: het water, de rivier zwelt op.

2024-05-28
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

opzwellen

zwol op, i. opgezwollen (opzetten): tandvlees kan opzwellen.

2024-05-28
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

opzwellen

('op) (zwol op, is opgezwollen) door zwellen in omvang toenemen : zaad zwelt in water op; een rood, opgezwollen gezicht.

2024-05-28
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

opzwellen

(zwol op, is opgezwollen), door zwellen uitzetten, in omvang toenemen of bol gaan staan: zijn arm zwelt op; een opgezwollen buik; oneig.: opzwellen van trots, uitermate trots worden.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-28
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Opzwellen

Opzwellen - (zwol op, is opgezwollen), dikker worden : zijn gezicht, zijn arm zwelt op; het water, de rivier zwelt op, wordt hooger; — zich uitzetten ; een opgezwollen buik; — opzwellen van trots, uitermate trots worden; (fig.) te hoogdravend zijn (van stijl); — van boosheid opzwellen, zich uitermate vertoornen. OPZWELLING, v. (...