Wat is de betekenis van opzicht?

2018
2020-11-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opzicht

opzicht - zelfstandig naamwoord uitspraak: op-zicht 1. vanuit een bepaalde kant bekeken ♢ in dat opzicht heeft ze gelijk 1. ten opzichte van mij is hij altijd aardig [tegen mij] ...

Lees verder
1973
2020-11-28
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

opzicht

o., 1. het toezien, acht geven op iemand of iets; toezicht, hoede: het — over iets hebben; (gereformeerd protestantisme) het toezicht op de handel en wandel van gemeenteleden en ambtsdragers; 2. (-en), betrekking, het ergens op zien, aspect: in dit —; in enig, in ieder —; te dien opzichte; in alle opzichten voldoen, geheel en al;...

Lees verder
1926
2020-11-28
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Opzicht

beteekent de zorg voor, het toezicht, het bestuur en het beheer over, de leiding van iets hebbende. Het kerkelijk opzicht behoort tot het ambt der Ouderlingen en bestaat volgens het Formulier van bevestiging van Ouderlingen en Diakenen, enz.: 1°. in het opzicht over de gemeente, die hun bevolen is, d. i. in het toezicht of ieder zich in belijde...

Lees verder
1898
2020-11-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opzicht

Opzicht - o. zorg voor of over iets, bestuur, beheer, leiding : het opzicht over iets hebben; onder opzicht van; —, (-en), betrekking, aanzien; in dit opzicht; in ieder opzicht; te dien opzichte; ten opzichte van; — met betrekking tot, rakende : ten opzichte van mij; — te mijnen opzichte, jegens mij, ten aanzien van mij; &mdash...

Lees verder